Vertaling van diffused

Inhoud:

Engels
Nederlands
diffused {bn.}
diffuus
to diffuse {ww.}
zich verspreiden
diffuseren

I diffused

to diffuse, to fan out, to spread, to spread out {ww.}
scheiden
verdelen
splitsen
uiteengaan

I diffused
you diffused
he/she/it diffused

ik scheidde
jij scheidde
hij/zij/het scheidde
» meer vervoegingen van scheiden

to diffuse, to imbue, to interpenetrate, to penetrate, to permeate, to pervade, to riddle {ww.}
doordringen

I diffused
you diffused
he/she/it diffused

ik doordrong
jij doordrong
hij/zij/het doordrong
» meer vervoegingen van doordringen

to broadcast, to circularise, to circularize, to circulate, to diffuse, to disperse, to disseminate, to distribute, to pass around, to propagate, to spread {ww.}
uitbrieven
rondbrieven
rondstrooien
rondbazuinen

I diffused
you diffused
he/she/it diffused

ik briefde rond
jij briefde rond
hij/zij/het briefde rond
» meer vervoegingen van rondbrieven

to broadcast, to circularise, to circularize, to circulate, to diffuse, to disperse, to disseminate, to distribute, to pass around, to propagate, to spread {ww.}
rondstrooien

I diffused
you diffused
he/she/it diffused

ik strooide rond
jij strooide rond
hij/zij/het strooide rond
» meer vervoegingen van rondstrooien

to broadcast, to circularise, to circularize, to circulate, to diffuse, to disperse, to disseminate, to distribute, to pass around, to propagate, to spread {ww.}
rondzenden
rondsturen

I diffused
you diffused
he/she/it diffused

ik zond rond
jij zond rond
hij/zij/het zond rond
» meer vervoegingen van rondzenden

to broadcast, to circularise, to circularize, to circulate, to diffuse, to disperse, to disseminate, to distribute, to pass around, to propagate, to spread {ww.}
verspreiden

I diffused
you diffused
he/she/it diffused

ik verspreidde
jij verspreidde
hij/zij/het verspreidde
» meer vervoegingen van verspreiden

A small forest fire can easily spread and quickly become a great conflagration.
Een klein bosbrandje kan zich makkelijk verspreiden en snel een grote vuurzee worden.
to broadcast, to circularise, to circularize, to circulate, to diffuse, to disperse, to disseminate, to distribute, to pass around, to propagate, to spread {ww.}
verstrooien

I diffused
you diffused
he/she/it diffused

ik verstrooide
jij verstrooide
hij/zij/het verstrooide
» meer vervoegingen van verstrooien

to broadcast, to circularise, to circularize, to circulate, to diffuse, to disperse, to disseminate, to distribute, to pass around, to propagate, to spread {ww.}
uitzaaien

I diffused
you diffused
he/she/it diffused

ik zaaide uit
jij zaaide uit
hij/zij/het zaaide uit
» meer vervoegingen van uitzaaien

to diffuse, to fan out, to spread, to spread out {ww.}
uitwaaieren
uitzwermen

I diffused
you diffused
he/she/it diffused

ik waaierde uit
jij waaierde uit
hij/zij/het waaierde uit
» meer vervoegingen van uitwaaieren

to broadcast, to circularise, to circularize, to circulate, to diffuse, to disperse, to disseminate, to distribute, to pass around, to propagate, to spread {ww.}
verbreiden
pousseren
lanceren

I diffused
you diffused
he/she/it diffused

ik pousseerde
jij pousseerde
hij/zij/het pousseerde
» meer vervoegingen van pousseren

to diffuse, to fan out, to spread, to spread out {ww.}
verspreiden

I diffused
you diffused
he/she/it diffused

ik verspreidde
jij verspreidde
hij/zij/het verspreidde
» meer vervoegingen van verspreiden

to broadcast, to circularise, to circularize, to circulate, to diffuse, to disperse, to disseminate, to distribute, to pass around, to propagate, to spread {ww.}
circuleren

he/she/it diffused
they diffused

hij/zij/het circuleerde
zij circuleerden
» meer vervoegingen van circuleren