Vertaling van dissipated

Inhoud:

Engels
Nederlands
to waste, to dissipate {ww.}
verkwisten

I dissipated
you dissipated
he/she/it dissipated

ik verkwistte
jij verkwistte
hij/zij/het verkwistte
» meer vervoegingen van verkwisten

debauched, degenerate, degraded, dissipated, dissolute, fast, libertine, profligate, riotous {bn.}
pervers
betting, card-playing, dissipated, sporting {bn.}
goklustig
debauched, degenerate, degraded, dissipated, dissolute, fast, libertine, profligate, riotous {bn.}
corrupt
to dissipate, to fool, to fool away, to fritter, to fritter away, to frivol away, to shoot {ww.}
verteuten

I dissipated
you dissipated
he/she/it dissipated

ik verteutte
jij verteutte
hij/zij/het verteutte
» meer vervoegingen van verteuten

to dissipate, to fool, to fool away, to fritter, to fritter away, to frivol away, to shoot {ww.}
vergooien

I dissipated
you dissipated
he/she/it dissipated

ik vergooide
jij vergooide
hij/zij/het vergooide
» meer vervoegingen van vergooien

to dissipate, to fool, to fool away, to fritter, to fritter away, to frivol away, to shoot {ww.}
verkruimelen

I dissipated
you dissipated
he/she/it dissipated

ik verkruimelde
jij verkruimelde
hij/zij/het verkruimelde
» meer vervoegingen van verkruimelen

to disperse, to dissipate, to scatter, to spread out {ww.}
oplossen

I dissipated
you dissipated
he/she/it dissipated

ik loste op
jij loste op
hij/zij/het loste op
» meer vervoegingen van oplossen

to dissipate, to fool, to fool away, to fritter, to fritter away, to frivol away, to shoot {ww.}
verknoeien
verlummelen
verklungelen
verbeuzelen
verliezen
vertreuzelen
verluieren
verdoen

I dissipated
you dissipated
he/she/it dissipated

ik verknoeide
jij verknoeide
hij/zij/het verknoeide
» meer vervoegingen van verknoeien

to break up, to dispel, to disperse, to dissipate, to scatter {ww.}
uiteenslaan

I dissipated
you dissipated
he/she/it dissipated

ik sloeg uiteen
jij sloeg uiteen
hij/zij/het sloeg uiteen
» meer vervoegingen van uiteenslaan

to break up, to dispel, to disperse, to dissipate, to scatter {ww.}
uiteendrijven

I dissipated
you dissipated
he/she/it dissipated

ik dreef uiteen
jij dreef uiteen
hij/zij/het dreef uiteen
» meer vervoegingen van uiteendrijven