Vertaling van flow off

Inhoud:

Engels
Nederlands
to flow, to run, to stream, to float {ww.}
lopen 
stromen 
vlieten
vloeien

I flow
you flow
we flow

ik loop
jij loopt
wij lopen
» meer vervoegingen van lopen

to flow down, to flow off {ww.}
afvloeien
weglopen
wegvloeien
to flow {ww.}
loshangen

I flow
you flow
we flow

ik hang los
jij hangt los
wij hangen los
» meer vervoegingen van loshangen

to flow, to flux {ww.}
vloeien
lopen

I flow
you flow
we flow

ik vloei
jij vloeit
wij vloeien
» meer vervoegingen van vloeien

to flow {ww.}
doorstromen

they flow
he/she/it will flow
they will flow

zij doorstromen
hij/zij/het zal doorstromen
zij zult doorstromen
» meer vervoegingen van doorstromen

to flow {ww.}
toestromen
toevloeien

they flow
he/she/it will flow
they will flow

zij stromen toe
hij/zij/het zal toestromen
zij zult toestromen
» meer vervoegingen van toestromen

to flow, to menstruate {ww.}
menstrueren

I flow
you flow
we flow

ik menstrueer
jij menstrueert
wij menstrueren
» meer vervoegingen van menstrueren

to flow away, to flow off {ww.}
spuien
to flow away, to flow off {ww.}
afvloeien
to flow away, to flow off {ww.}
aflopen
to flow away, to flow off {ww.}
wegvloeien
wegstromen
wegtrekken
weglopen
to flow away, to flow off {ww.}
uitwateren
afwateren
to fall, to flow, to hang {ww.}
hangen

I flow
you flow
we flow

ik hang
jij hangt
wij hangen
» meer vervoegingen van hangen

to fall, to flow, to hang {ww.}
vallen

I flow
you flow
we flow

ik val
jij valt
wij vallen
» meer vervoegingen van vallen

to course, to feed, to flow, to run {ww.}
stromen

they flow
he/she/it will flow
they will flow

zij stromen
hij/zij/het zal stromen
zij zult stromen
» meer vervoegingen van stromen

to course, to feed, to flow, to run {ww.}
vervloeien

they flow
he/she/it will flow
they will flow

zij vervloeien
hij/zij/het zal vervloeien
zij zult vervloeien
» meer vervoegingen van vervloeien


Gerelateerd aan flow off

flow - run - stream - float - flow down - flux - menstruate - flow away - fall - hang - course - feedhang - course - displace - approach - change - drain - flow away - disappear - go away - be - move - flow