Vertaling van gathering

Inhoud:

Engels
Nederlands
gathering {zn.}
samenscholing [v]
gathering, meeting, assembly {zn.}
vergadering [v]
bijeenkomst  [v]
samenkomst
meeting [v]
Are you going to attend the meeting?
Komt u naar de bijeenkomst?
Tom almost forgot about the meeting.
Tom vergat bijna de bijeenkomst.
parade, roll-call, gathering {zn.}
samenscholing [v]
appel  [o]
collection, gathering {zn.}
collectie [v]
verzameling  [v]
bundel  [m]
to accumulate, to crowd, to gather, to mass {ww.}
kruien
samenscholen
samenrotten
te hoop lopen
zich ophopen
zich opeenhopen

I am gathering

to abstract, to deduce, to gather {ww.}
abstraheren
afleiden 
deduceren

I am gathering

to gather, to assemble, to collect {ww.}
bijeenkomen 
samenscholen
samenrotten
zich verzamelen

I am gathering

to collect, to gather, to pick up, to assemble, to raise {ww.}
collecteren
innen
inzamelen
oogsten
plukken
rapen 
verzamelen 

I am gathering

to abstract, to gather, to induce, to infer, to conclude, to find {ww.}
afleiden 
besluiten 
concluderen
een gevolgtrekking maken

I am gathering

to assemble, to congregate, to gather, to meet, to convene {ww.}
bijeenkomen 
samenkomen
vergaderen

I am gathering

to amass, to heap, to pile up, to stack, to accumulate, to collect, to gather, to pile {ww.}
opeenhopen
ophopen
stapelen
opstapelen
opeenstapelen
tassen

I am gathering

assemblage, assembly, gathering {zn.}
bijeenkomst [v] (de ~)
samenkomst
samenzijn [o] (het ~)
bijeenzijn
gather, gathering {zn.}
inname [m] (de ~)
assemblage, gathering {zn.}
samenkomst [v] (de ~)
gather, gathering {zn.}
samenscholing [v] (de ~)

Gerelateerd aan gathering

meeting - assembly - parade - roll-call - collection - accumulate - crowd - gather - mass - abstract - deduce - assemble - collect - pick up - raiseact - capture - state