Vertaling van goal

Inhoud:

Engels
Nederlands
goal {zn.}
doelpunt [o]
goal 
goal, goal-mouth {zn.}
doel [o]
goal 
This time my goal is Paris.
Dit keer is Parijs mijn doel.
His goal is to not earn money.
Zijn doel is het niet, om geld te maken.
aim, goal, purpose, target, butt, end, intent, objective {zn.}
doel [o]
honk
doelstelling  [v]
doelwit [o]
wit 
They attained their aim.
Ze bereikten hun doel.
The arrow hit the target.
De pijl raakte het doel.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

This time my goal is Paris.

Dit keer is Parijs mijn doel.

His goal is to not earn money.

Zijn doel is het niet, om geld te maken.

Mary will stop at nothing to achieve her goal.

Mary stopt voor niets of niemand om haar doel te bereiken.

And just like that, Dima's childhood friend hung up, leaving Dima - as he was before - 99 kopeks short of his goal.

En zo hing Dima's vriend uit zijn kindertijd zomaar op, Dima - net als daarvoor - met 99 kopeke te weinig achterlatend.


Gerelateerd aan goal

goal-mouth - aim - purpose - target - butt - end - intent - objective