Vertaling van target

Inhoud:

Engels
Nederlands
target {zn.}
schijf
schietschijf
to mean, to aim, to target, to aim at, to aim for {ww.}
bedoelen 

I target
you target
we target

ik bedoel
jij bedoelt
wij bedoelen
» meer vervoegingen van bedoelen

target, target area {zn.}
doel [o] (het ~)
doelwit [o] (het ~)
raam [m] (de ~)
mikpunt [o] (het ~)
The arrow hit the target.
De pijl raakte het doel.
aim, goal, purpose, target, butt, end, intent, objective {zn.}
doel [o]
doelstelling  [v]
doelwit [o]
honk
wit 
to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
beogen

I target
you target
we target

ik beoog
jij beoogt
wij beogen
» meer vervoegingen van beogen

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
aansturen

I target
you target
we target

ik stuur aan
jij stuurt aan
wij sturen aan
» meer vervoegingen van aansturen

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
nawijzen

I target
you target
we target

ik wijs na
jij wijst na
wij wijzen na
» meer vervoegingen van nawijzen

to aim, to direct, to place, to point, to target {ww.}
richten

I target
you target
we target

ik richt
jij richt
wij richten
» meer vervoegingen van richten

aim, object, objective, target {zn.}
einddoel [o] (het ~)
butt, target {zn.}
schietschijf [m] (de ~)
butt, target {zn.}
kolf
aim, object, objective, target {zn.}
doel [o] (het ~)
doeleinde [o] (het ~)
oogmerk [o] (het ~)
streven
doelwit [o] (het ~)

Gerelateerd aan target

mean - aim - aim at - aim for - target area - goal - purpose - butt - end - intent - objective - direct - place - point - objectpoint - assay - endeavor - drive - deride - turn - aim - disc - end