Vertaling van lapse

Inhoud:

Engels
Nederlands
to lapse, to backslide {ww.}
terugvallen

I lapse
you lapse
we lapse

ik val terug
jij valt terug
wij vallen terug
» meer vervoegingen van terugvallen

to drop, to fall, to lapse {ww.}
vallen 
verschieten
neervallen
afvallen 

I lapse
you lapse
we lapse

ik val
jij valt
wij vallen
» meer vervoegingen van vallen

Let's drop it.
Laat vallen.
Don't drop that glass.
Laat dat glas niet vallen.
fall, drop, lapse {zn.}
val 
Don't fall for his old tricks.
Val niet voor één van zijn oude truuks.
The oil made the floor slippery and caused his sudden fall.
De olie maakte de vloer glad en veroorzaakte zijn plotse val.
to fall back, to lapse, to recidivate, to regress, to relapse, to retrogress {ww.}
geraken
raken
vervallen

I lapse
you lapse
we lapse

ik geraak
jij geraakt
wij geraken
» meer vervoegingen van geraken

to fall back, to lapse, to recidivate, to regress, to relapse, to retrogress {ww.}
terugvallen

I lapse
you lapse
we lapse

ik val terug
jij valt terug
wij vallen terug
» meer vervoegingen van terugvallen

to fall back, to lapse, to recidivate, to regress, to relapse, to retrogress {ww.}
terugzakken

they lapse

zij zakken terug
» meer vervoegingen van terugzakken

to fall back, to lapse, to recidivate, to regress, to relapse, to retrogress {ww.}
recidiveren

I lapse
you lapse
we lapse

ik recidiveer
jij recidiveert
wij recidiveren
» meer vervoegingen van recidiveren

to fall back, to lapse, to recidivate, to regress, to relapse, to retrogress {ww.}
verjaren

I lapse
you lapse
we lapse

ik verjaar
jij verjaart
wij verjaren
» meer vervoegingen van verjaren

to elapse, to glide by, to go along, to go by, to lapse, to pass, to slide by, to slip away, to slip by {ww.}
voorbijgaan
verglijden
verstrijken
vervlieden
omgaan
verlopen
vlieden

I lapse
you lapse
we lapse

ik ga voorbij
jij gaat voorbij
wij gaan voorbij
» meer vervoegingen van voorbijgaan

backsliding, lapse, lapsing, relapse, relapsing, reversion, reverting {zn.}
recidive
backsliding, lapse, lapsing, relapse, relapsing, reversion, reverting {zn.}
erfrecht [o] (het ~)
backsliding, lapse, lapsing, relapse, relapsing, reversion, reverting {zn.}
erfrecht [o] (het ~)
versterfrecht
backsliding, lapse, lapsing, relapse, relapsing, reversion, reverting {zn.}
terugval [m] (de ~)
regressie [v] (de ~)