Vertaling van slip away

Inhoud:

Engels
Nederlands
to glide, to slip, to slide {ww.}
glibberen
glijden
glippen
schuiven
uitglijden

I slip
you slip
we slip

ik glibber
jij glibbert
wij glibberen
» meer vervoegingen van glibberen

to skid, to slip {ww.}
slippen
uitglijden

I slip
you slip
we slip

ik slip
jij slipt
wij slippen
» meer vervoegingen van slippen

to slip away, to sneak away, to sneak off, to sneak out, to steal away {ww.}
wegfrommelen
to slip away, to sneak away, to sneak off, to sneak out, to steal away {ww.}
wegsluipen
to slip, to sneak {ww.}
toestoppen
toeschuiven

I slip
you slip
we slip

ik stop toe
jij stopt toe
wij stoppen toe
» meer vervoegingen van toestoppen

to slip, to steal {ww.}
doorslippen

I slip
you slip
we slip

ik slip door
jij slipt door
wij slippen door
» meer vervoegingen van doorslippen

to slip {ww.}
glippen
doorslaan
slippen

I slip
you slip
we slip

ik glip
jij glipt
wij glippen
» meer vervoegingen van glippen

to slip, to slip one's mind {ww.}
ontschieten

they slip
he/she/it will slip
they will slip

zij ontschieten
hij/zij/het zal ontschieten
zij zult ontschieten
» meer vervoegingen van ontschieten

to elapse, to glide by, to go along, to go by, to lapse, to pass, to slide by, to slip away, to slip by {ww.}
voorbijgaan
verglijden
verlopen
verstrijken
omgaan
vervlieden
vlieden
You can drink water, but you can also pass it.
Water kun je drinken, maar je kunt er ook aan voorbijgaan.
to dislocate, to luxate, to slip, to splay {ww.}
losspringen

I slip
you slip
we slip

ik spring los
jij springt los
wij springen los
» meer vervoegingen van losspringen

to err, to mistake, to slip {ww.}
vergissen
mistasten
miszitten

I slip
you slip
we slip

ik vergis
jij vergist
wij vergissen
» meer vervoegingen van vergissen

to drop away, to drop off, to fall away, to slip {ww.}
wegvallen

I slip
you slip
we slip

ik val weg
jij valt weg
wij vallen weg
» meer vervoegingen van wegvallen

to skid, to slew, to slide, to slip, to slue {ww.}
uitglijden
glippen

I slip
you slip
we slip

ik glijd uit
jij glijdt uit
wij glijden uit
» meer vervoegingen van uitglijden

to dislocate, to luxate, to slip, to splay {ww.}
ontslippen

I slip
you slip
we slip

ik ontslip
jij ontslipt
wij ontslippen
» meer vervoegingen van ontslippen

to dislocate, to luxate, to slip, to splay {ww.}
floepen

I slip
you slip
we slip

ik floep
jij floept
wij floepen
» meer vervoegingen van floepen

to dislocate, to luxate, to slip, to splay {ww.}
onderuitglijden

I slip
you slip
we slip

ik glijd onderuit
jij glijdt onderuit
wij glijden onderuit
» meer vervoegingen van onderuitglijden

to dislocate, to luxate, to slip, to splay {ww.}
afhaken

I slip
you slip
we slip

ik haak af
jij haakt af
wij haken af
» meer vervoegingen van afhaken

to dislocate, to luxate, to slip, to splay {ww.}
afbreien

I slip
you slip
we slip

ik brei af
jij breit af
wij breien af
» meer vervoegingen van afbreien

to err, to mistake, to slip {ww.}
verspreken

I slip
you slip
we slip

ik verspreek
jij verspreekt
wij verspreken
» meer vervoegingen van verspreken


Gerelateerd aan slip away

glide - slip - slide - skid - sneak away - sneak off - sneak out - steal away - sneak - steal - slip one's mind - elapse - glide by - go along - go byconceal - slink - give - displace - bury - change - come away - cerebrate - act - disappear - slide - drop - fall - skid - complete - err