Vertaling van mountain
kluit
hoop
boel
massa
bulk
bom
smak
pak
zwik
zooi
lading
bende
troep
stoot
stelletje
schep
sjees
vracht
veelheid
kwak
Voorbeelden in zinsverband
I go to the mountain.
Ik ga naar de berg.
How high is that mountain?
Hoe hoog is die berg?
There is snow on the mountain.
Er ligt sneeuw op de berg.
How much is that mountain bike?
Hoeveel kost die mountainbike?
We climbed up the steep mountain.
We beklommen de steile berg.
Let's climb that mountain to see it.
Laten we die berg beklimmen om het te zien.
The mountain is 2000 meters above sea level.
De berg is tweeduizend meter boven het zeeniveau.
The summit of the mountain is covered with snow.
De top van de berg is bedekt met sneeuw.
They were too tired to climb a mountain.
Ze waren te moe om een berg te beklimmen.
This mountain is covered in snow all year round.
Deze berg is het hele jaar door bedekt met sneeuw.
What is the highest mountain in North America?
Wat is de hoogste berg van Noord-Amerika?
This mountain is snow-covered the entire year.
Deze berg is het hele jaar door bedekt met sneeuw.
This mountain is covered with snow all year round.
Deze berg is het hele jaar door bedekt met sneeuw.
He's making a mountain out of a molehill. That typo really isn't as bad as he claims.
Hij maakt van een mug een olifant. Dat typfoutje is echt niet zo erg als hij beweert.