Vertaling van name

Inhoud:

Engels
Nederlands
to call, to designate, to dub, to label, to name, to term {ww.}
noemen 
uitmaken voor
benoemen 
heten

I name
you name
we name

ik noem
jij noemt
wij noemen
» meer vervoegingen van noemen

They call him Jim.
Ze noemen hem Jim.
People call him Dave.
Mensen noemen hem Dave.
appellation, name, denomination {zn.}
naam
naamwoord
benaming  [v]
My name is Ludwig.
Mijn naam is Ludwig.
My name is Yatarou.
Mijn naam is Yatarou.
fame, renown, kudos, name, repute {zn.}
faam [v]
vermaardheid [v]
beroemdheid  [v]
name {zn.}
naam [m] (de ~)
name {zn.}
bekendheid [v] (de ~)
faam [m] (de ~)
renommee
vermaardheid
roep [m] (de ~)
beroemdheid [v] (de ~)
naam [m] (de ~)
reputatie [v] (de ~)
to appoint, to constitute, to name, to nominate {ww.}
benoemen

I name
you name
we name

ik benoem
jij benoemt
wij benoemen
» meer vervoegingen van benoemen

to appoint, to constitute, to name, to nominate {ww.}
aanwijzen
maken
benoemen
designeren
aanstellen

I name
you name
we name

ik wijs aan
jij wijst aan
wij wijzen aan
» meer vervoegingen van aanwijzen

to diagnose, to name {ww.}
diagnostiseren

I name
you name
we name

ik diagnostiseer
jij diagnostiseert
wij diagnostiseren
» meer vervoegingen van diagnostiseren

to appoint, to constitute, to name, to nominate {ww.}
opwerpen

I name
you name
we name

ik werp op
jij werpt op
wij werpen op
» meer vervoegingen van opwerpen

to call, to name {ww.}
vernoemen

I name
you name
we name

ik vernoem
jij vernoemt
wij vernoemen
» meer vervoegingen van vernoemen

to advert, to bring up, to cite, to mention, to name, to refer {ww.}
noemen

I name
you name
we name

ik noem
jij noemt
wij noemen
» meer vervoegingen van noemen



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

My name is Ludwig.

Mijn naam is Ludwig.

My name is Yatarou.

Mijn naam is Yatarou.

What is your name?

Wat is je naam?

I know your name.

Ik weet wat jouw naam is.

My name is Yamada.

Mijn naam is Yamada.

My name is Farshad.

Mijn naam is Farshad.

My name is Andrea.

Ik heet Andrea.

What's your name?

Wat is je naam?

Her name was spelled wrong.

Haar naam was verkeerd gespeld.

Their son's name is John.

De naam van hun zoon is John.

Please tell me your name.

Vertel me alsjeblieft je naam.

Natasha is a Russian name.

Natasja is een Russische naam.

Yoko is a Japanese name.

Yoko is een Japanse naam.

Jacqueline is a French name.

Jacqueline is een Franse naam.

I don't remember his name.

Ik herinner mij zijn naam niet meer.


Gerelateerd aan name

call - designate - dub - label - term - appellation - denomination - fame - renown - kudos - repute - appoint - constitute - nominate - diagnoseword - position - call - work - determine - measure - offer - account