Vertaling van occupied
Inhoud:
Engels
Nederlands
busy, occupied, engaged, taken {bn.}
bezet
bezig
in gesprek
volhandig
bezig
in gesprek
volhandig
occupied {bn.}
bezet
occupied {bn.}
bezet
to absorb, to engross, to preoccupy, to engage, to occupy {ww.}
opslorpen
in beslag nemen
inpakken
absorberen
inpalmen
in beslag nemen
inpakken
absorberen
inpalmen
I occupied
you occupied
he/she/it occupied
ik slorpte op
jij slorpte op
hij/zij/het slorpte op
» meer vervoegingen van opslorpen
I occupied
you occupied
he/she/it occupied
ik betrok
jij betrok
hij/zij/het betrok
» meer vervoegingen van betrekken
I occupied
you occupied
he/she/it occupied
ik besloeg
jij besloeg
hij/zij/het besloeg
» meer vervoegingen van beslaan
to absorb, to engross, to preoccupy, to engage, to occupy {ww.}
opslorpen
absorberen
in beslag nemen
verliezen
absorberen
in beslag nemen
verliezen
I occupied
you occupied
he/she/it occupied
ik slorpte op
jij slorpte op
hij/zij/het slorpte op
» meer vervoegingen van opslorpen
to occupy, to take, to engage, to fill, to hold, to involve {ww.}
I occupied
you occupied
he/she/it occupied
ik besloeg
jij besloeg
hij/zij/het besloeg
» meer vervoegingen van beslaan
engaged, occupied {bn.}
gekneveld