Vertaling van past

Inhoud:

Engels
Nederlands
past {zn.}
verleden
Don't worry about the past.
Maak je geen zorgen over het verleden.
Tom is stuck in the past.
Tom zit vast in het verleden.
past {zn.}
verleden
We can record the past and present.
We kunnen het verleden en het heden registreren.
past {zn.}
verleden
verleden tijd
Leave the past behind and go on.
Laat het verleden achter je en ga door.
Leave the past behind and take care of the present.
Laat het verleden achter je en zorg je maar voor het heden.
former, previous, prior, earlier, ex-, forward, past, preceding, advance, advanced, antecedent, anterior {bn.}
verleden
voorafgaand
voorgaand
vorig
vroeger 
last, past {bn.}
afgelopen 
laatstleden
verleden
verschenen
vervlogen
voorbij
beyond, by, past {vz.}
langs
voorbij
beyond, past {vz.}
verder dan
voorbij
after, behind, past {vz.}
aan 
achter 
na 
na verloop van
over 
preterite, past {zn.}
verleden tijd
praeterium


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Tom is stuck in the past.

Tom zit vast in het verleden.

We can record the past and present.

We kunnen het verleden en het heden registreren.

It is twenty minutes past ten.

Het is tien voor half elf.

Everything was better in the past.

Vroeger was alles beter.

He's been staying at that hotel for the past five days.

Hij verbleef de afgelopen vijf dagen in dat hotel.

She was born just a generation past slavery; a time when there were no cars on the road or planes in the sky; when someone like her couldn't vote for two reasons — because she was a woman and because of the color of her skin.

Ze werd slechts een generatie voorbij slavernij geboren; in een tijd toen er geen auto's op de weg reden en geen vliegtuigen in de lucht vlogen; toen iemand als zij om twee redenen niet mocht stemmen - omdat ze een vrouw was en door de kleur van haar huid.


Gerelateerd aan past

former - previous - prior - earlier - ex- - forward - preceding - advance - advanced - antecedent - anterior - last - beyond - by - after