Vertaling van advanced

Inhoud:

Engels
Nederlands
advanced, progressive {bn.}
progressief 
vooruitstrevend
advanced, ahead, along {bn.}
gevorderd
ver 
advanced, ripe {bn.}
gerijpt
advanced {bn.}
gevorderd
ver
former, previous, prior, earlier, ex-, forward, past, preceding, advance, advanced, antecedent, anterior {bn.}
verleden
voorafgaand
voorgaand
vorig
vroeger 
to borrow, to lend, to loan, to advance {ww.}
lenen 

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik leende
jij leende
hij/zij/het leende
» meer vervoegingen van lenen

to lend, to advance, to loan {ww.}
lenen 
uitlenen 
voorschieten

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik leende
jij leende
hij/zij/het leende
» meer vervoegingen van lenen

to progress, to advance {ww.}
opschieten 
veld winnen
vlotten
vooruitgaan
vorderen

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik schoot op
jij schoot op
hij/zij/het schoot op
» meer vervoegingen van opschieten

to advance, to approach, to come close, to come closer, to come on {ww.}
naderbij komen
naderen 
nader treden
nabijkomen

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik naderde
jij naderde
hij/zij/het naderde
» meer vervoegingen van naderen

to advance, to progress {ww.}
bevorderen 
vooruitbrengen

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik bevorderde
jij bevorderde
hij/zij/het bevorderde
» meer vervoegingen van bevorderen

to ascend, to go up, to increase, to accrue, to advance {ww.}
oplopen
rijzen
stijgen

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik liep op
jij liep op
hij/zij/het liep op
» meer vervoegingen van oplopen

to advance {ww.}
bevorderen 
tot bloei brengen

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik bevorderde
jij bevorderde
hij/zij/het bevorderde
» meer vervoegingen van bevorderen

to advance {ww.}
bevorderen 
verhogen

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik bevorderde
jij bevorderde
hij/zij/het bevorderde
» meer vervoegingen van bevorderen

to accelerate, to speed up, to advance, to hasten, to further, to promote, to boost, to encourage {ww.}
aanmoedigen
stimuleren
bevorderen
bijdragen
accelereren
bespoedigen
verhaasten
versnellen

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik moedigde aan
jij moedigde aan
hij/zij/het moedigde aan
» meer vervoegingen van aanmoedigen

to go forward, to advance, to progress {ww.}
voorwaarts gaan

I advanced

to advance, to come close, to come closer, to come on, to converge, to near, to approach {ww.}
in aantocht zijn
naderen 

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik naderde
jij naderde
hij/zij/het naderde
» meer vervoegingen van naderen

to advance {ww.}
opduwen
stuwen
voortstuwen

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik duwde op
jij duwde op
hij/zij/het duwde op
» meer vervoegingen van opduwen

to advance {ww.}
in rang opklimmen

I advanced

to suggest, to advance, to hint, to propound {ww.}
een wenk geven
influisteren
opperen
suggereren

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik fluisterde in
jij fluisterde in
hij/zij/het fluisterde in
» meer vervoegingen van influisteren

to aid, to assist, to help, to benefit, to accommodate, to attend to, to advance, to avail {ww.}
baten 
bijstaan 
helpen 
ter zijde staan

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik stond bij
jij stond bij
hij/zij/het stond bij
» meer vervoegingen van bijstaan

to advance {ww.}
naar buiten komen
optreden 
stelling nemen
uitkomen 

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik trad op
jij trad op
hij/zij/het trad op
» meer vervoegingen van optreden

to offer, to propose, to suggest, to advance, to proffer, to propound, to advocate {ww.}
bieden
aanbieden 
uitloven
voordragen
voorslaan
voorstellen

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik bood
jij bood
hij/zij/het bood
» meer vervoegingen van bieden

to promote, to advance {ww.}
bevorderen 
promoveren

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik bevorderde
jij bevorderde
hij/zij/het bevorderde
» meer vervoegingen van bevorderen

to advance, to come on {ww.}
bijschuiven
naderen 

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik schoof bij
jij schoof bij
hij/zij/het schoof bij
» meer vervoegingen van bijschuiven

to accelerate, to advance {ww.}
verhaasten
vervroegen
terugzetten

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik verhaastte
jij verhaastte
hij/zij/het verhaastte
» meer vervoegingen van verhaasten

to advance, to put forward, to highlight, to publicize {ww.}
attent maken op
naar voren brengen
attenderen op
to advance, to be promoted {ww.}
promotie maken
oprukken
in rang opklimmen
overgaan
avanceren

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik rukte op
jij rukte op
hij/zij/het rukte op
» meer vervoegingen van oprukken

to advance {ww.}
voortbewegen

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik bewoog voort
jij bewoog voort
hij/zij/het bewoog voort
» meer vervoegingen van voortbewegen

to elevate, to exalt, to raise, to rise, to advance {ww.}
verhogen

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik verhoogde
jij verhoogde
hij/zij/het verhoogde
» meer vervoegingen van verhogen

to station, to advance {ww.}
vooruitzetten
vooruitbrengen

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik zette vooruit
jij zette vooruit
hij/zij/het zette vooruit
» meer vervoegingen van vooruitzetten

to advance, to approach, to come on, to come, to accost {ww.}
gaan naar
benaderen 
naderen 
genaken
aanpakken 

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik benaderde
jij benaderde
hij/zij/het benaderde
» meer vervoegingen van benaderen

We're going to the movies. Come with us.
We gaan naar de film. Kom gezellig mee.
to advance, to march on {ww.}
opmarcheren
aanrukken

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik rukte aan
jij rukte aan
hij/zij/het rukte aan
» meer vervoegingen van aanrukken

to prepay, to pay in advance, to advance {ww.}
vooruitbetalen

I advanced
you advanced
he/she/it advanced

ik betaalde vooruit
jij betaalde vooruit
hij/zij/het betaalde vooruit
» meer vervoegingen van vooruitbetalen


Gerelateerd aan advanced

progressive - ahead - along - ripe - former - previous - prior - earlier - ex- - forward - past - preceding - advance - antecedent - anterioreducated - act upon