Vertaling van shake

Inhoud:

Engels
Nederlands
to shake, to rock, to unsettle {ww.}
verwrikken
doen wankelen
verwikken
doen schudden

I shake
you shake
we shake

ik verwrik
jij verwrikt
wij verwrikken
» meer vervoegingen van verwrikken

to shake, to shock, to agitate, to rock {ww.}
schudden 
wrikken
opschudden
schokken

I shake
you shake
we shake

ik schud
jij schudt
wij schudden
» meer vervoegingen van schudden

Let's shake hands.
Laten we handen schudden.
You can't shake someone's hand with a clenched fist.
Met gebalde vuist kan je iemands hand niet schudden.
to shake {ww.}
schudden 
stoten
horten
hobbelen

I shake
you shake
we shake

ik schud
jij schudt
wij schudden
» meer vervoegingen van schudden

to jerk, to jolt, to shake {ww.}
schokken

I shake
you shake
we shake

ik schok
jij schokt
wij schokken
» meer vervoegingen van schokken

to shake {ww.}
uitschudden

I shake
you shake
we shake

ik schud uit
jij schudt uit
wij schudden uit
» meer vervoegingen van uitschudden

trill, shake {zn.}
triller
to didder, to shake {ww.}
schokken
stoten

I shake
you shake
we shake

ik schok
jij schokt
wij schokken
» meer vervoegingen van schokken

to rock, to shake, to sway {ww.}
omgooien

I shake
you shake
we shake

ik gooi om
jij gooit om
wij gooien om
» meer vervoegingen van omgooien

to agitate, to shake {ww.}
hutselen
husselen
hutsen

I shake
you shake
we shake

ik hutsel
jij hutselt
wij hutselen
» meer vervoegingen van hutselen

to didder, to shake {ww.}
drillen

I shake
you shake
we shake

ik dril
jij drilt
wij drillen
» meer vervoegingen van drillen

to rock, to shake, to sway {ww.}
voortrazen

I shake
you shake
we shake

ik raas voort
jij raast voort
wij razen voort
» meer vervoegingen van voortrazen

to rock, to shake, to sway {ww.}
zwieren

I shake
you shake
we shake

ik zwier
jij zwiert
wij zwieren
» meer vervoegingen van zwieren

to agitate, to shake {ww.}
afschudden

I shake
you shake
we shake

ik schud af
jij schudt af
wij schudden af
» meer vervoegingen van afschudden

to didder, to shake {ww.}
opschudden

I shake
you shake
we shake

ik schud op
jij schudt op
wij schudden op
» meer vervoegingen van opschudden

to excite, to shake, to shake up, to stimulate, to stir {ww.}
sidderen

I shake
you shake
we shake

ik sidder
jij siddert
wij sidderen
» meer vervoegingen van sidderen

to rock, to shake, to sway {ww.}
rocken

I shake
you shake
we shake

ik rock
jij rockt
wij rocken
» meer vervoegingen van rocken

to agitate, to shake {ww.}
schudden

I shake
you shake
we shake

ik schud
jij schudt
wij schudden
» meer vervoegingen van schudden

to judder, to shake {ww.}
omschudden
doorschudden

I shake
you shake
we shake

ik schud om
jij schudt om
wij schudden om
» meer vervoegingen van omschudden

to rock, to shake, to sway {ww.}
unduleren
deinen
golven

I shake
you shake
we shake

ik unduleer
jij unduleert
wij unduleren
» meer vervoegingen van unduleren

to rock, to shake, to sway {ww.}
voortrazen

I shake
you shake
we shake

ik raas voort
jij raast voort
wij razen voort
» meer vervoegingen van voortrazen

to didder, to shake {ww.}
trillen

I shake
you shake
we shake

ik tril
jij trilt
wij trillen
» meer vervoegingen van trillen

to agitate, to shake {ww.}
schudden
rammelen

I shake
you shake
we shake

ik schud
jij schudt
wij schudden
» meer vervoegingen van schudden

to rock, to shake, to sway {ww.}
slingeren

I shake
you shake
we shake

ik slinger
jij slingert
wij slingeren
» meer vervoegingen van slingeren

to didder, to shake {ww.}
lillen

I shake
you shake
we shake

ik lil
jij lilt
wij lillen
» meer vervoegingen van lillen


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Let's shake hands.

Laten we handen schudden.

You can't shake someone's hand with a clenched fist.

Met gebalde vuist kan je iemands hand niet schudden.

And whosoever shall not receive you, nor hear your words, when ye depart out of that house or city, shake off the dust of your feet.

Als ze je niet ontvangen en niet luisteren naar je woorden, ga dan weg uit dat huis of die stad en stamp het stof van je voeten.


Gerelateerd aan shake

rock - unsettle - shock - agitate - jerk - jolt - trill - didder - sway - excite - shake up - stimulate - stir - judderempty - agitate - move - move around - stir - didder - brandish - remove - arouse - dance - roar - displace