Vertaling van to find
I find
you find
we find
ik neem waar
jij neemt waar
wij nemen waar
» meer vervoegingen van waarnemen
I find
you find
we find
ik vind
jij vindt
wij vinden
» meer vervoegingen van vinden
I find
you find
we find
ik haal
jij haalt
wij halen
» meer vervoegingen van halen
I find
you find
we find
ik vind uit
jij vindt uit
wij vinden uit
» meer vervoegingen van uitvinden
I find
you find
we find
ik besluit
jij besluit
wij besluiten
» meer vervoegingen van besluiten
Voorbeelden in zinsverband
It became difficult to find buffalo.
Het werd moeilijk om buffels te vinden.
She's curious to find out who sent the flowers.
Ze wil weten wie de bloemen stuurde.
I awoke to find a burglar in my room.
Ik werd wakker en zag een inbreker in mijn kamer.
Last year I returned home and was surprised to find both the village and the people completely changed.
Vorig jaar kwam ik terug thuis en was ik verrast, dat het dorp en de mensen helemaal veranderd waren.
Maybe you still harbor enough resentment towards the offender to find this a comforting thought
Misschien koester je nog teveel wrok voor de dader om dit een geruststellende gedachte te vinden.