Vertaling van wandered

Inhoud:

Engels
Nederlands
to deflect, to diverge, to wander {ww.}
afwijken 

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik week af
jij week af
hij/zij/het week af
» meer vervoegingen van afwijken

to migrate, to roam, to wander, to wander about {ww.}
rondreizen
trekken
rondtrekken
zwerven

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik reisde rond
jij reisde rond
hij/zij/het reisde rond
» meer vervoegingen van rondreizen

to roam, to wander, to stray {ww.}
dolen
dwalen
ronddolen
ronddwalen
waren 
zwerven

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik doolde
jij doolde
hij/zij/het doolde
» meer vervoegingen van dolen

to wander {ww.}
omzwerven
zwalken
zwerven

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik zwierf om
jij zwierf om
hij/zij/het zwierf om
» meer vervoegingen van omzwerven

to cast, to drift, to ramble, to range, to roam, to roll, to rove, to stray, to swan, to tramp, to vagabond, to wander {ww.}
opkruien

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik kruide op
jij kruide op
hij/zij/het kruide op
» meer vervoegingen van opkruien

to cast, to drift, to ramble, to range, to roam, to roll, to rove, to stray, to swan, to tramp, to vagabond, to wander {ww.}
opkruien

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik kruide op
jij kruide op
hij/zij/het kruide op
» meer vervoegingen van opkruien

to meander, to thread, to wander, to weave, to wind {ww.}
meanderen

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik meanderde
jij meanderde
hij/zij/het meanderde
» meer vervoegingen van meanderen

to cast, to drift, to ramble, to range, to roam, to roll, to rove, to stray, to swan, to tramp, to vagabond, to wander {ww.}
dwalen
dolen
omdolen
ronddwalen

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik dwaalde
jij dwaalde
hij/zij/het dwaalde
» meer vervoegingen van dwalen

to cast, to drift, to ramble, to range, to roam, to roll, to rove, to stray, to swan, to tramp, to vagabond, to wander {ww.}
doorslenteren

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik slenterde door
jij slenterde door
hij/zij/het slenterde door
» meer vervoegingen van doorslenteren

to meander, to thread, to wander, to weave, to wind {ww.}
weven

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik weefde
jij weefde
hij/zij/het weefde
» meer vervoegingen van weven

to cast, to drift, to ramble, to range, to roam, to roll, to rove, to stray, to swan, to tramp, to vagabond, to wander {ww.}
verdolen
verdwaald
verdwalen

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik verdoolde
jij verdoolde
hij/zij/het verdoolde
» meer vervoegingen van verdolen

to digress, to divagate, to stray, to wander {ww.}
uitweiden

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik weidde uit
jij weidde uit
hij/zij/het weidde uit
» meer vervoegingen van uitweiden

to betray, to cheat, to cheat on, to cuckold, to wander {ww.}
echtbreken
vreemdgaan

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik ging vreemd
jij ging vreemd
hij/zij/het ging vreemd
» meer vervoegingen van vreemdgaan

to cast, to drift, to ramble, to range, to roam, to roll, to rove, to stray, to swan, to tramp, to vagabond, to wander {ww.}
rondzwerven
zwerven
zwalken
rondtrekken
ronddolen
dwalen
dolen

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik zwierf rond
jij zwierf rond
hij/zij/het zwierf rond
» meer vervoegingen van rondzwerven

to digress, to divagate, to stray, to wander {ww.}
malen

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik maalde
jij maalde
hij/zij/het maalde
» meer vervoegingen van malen

to cast, to drift, to ramble, to range, to roam, to roll, to rove, to stray, to swan, to tramp, to vagabond, to wander {ww.}
afdwalen
verdwalen

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik dwaalde af
jij dwaalde af
hij/zij/het dwaalde af
» meer vervoegingen van afdwalen

to cast, to drift, to ramble, to range, to roam, to roll, to rove, to stray, to swan, to tramp, to vagabond, to wander {ww.}
landlopen
to cast, to drift, to ramble, to range, to roam, to roll, to rove, to stray, to swan, to tramp, to vagabond, to wander {ww.}
toezwaaien
toewuiven

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik zwaaide toe
jij zwaaide toe
hij/zij/het zwaaide toe
» meer vervoegingen van toezwaaien

to digress, to divagate, to stray, to wander {ww.}
uitweiden

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik weidde uit
jij weidde uit
hij/zij/het weidde uit
» meer vervoegingen van uitweiden

to digress, to divagate, to stray, to wander {ww.}
afdwalen

I wandered
you wandered
he/she/it wandered

ik dwaalde af
jij dwaalde af
hij/zij/het dwaalde af
» meer vervoegingen van afdwalen



Gerelateerd aan wandered

deflect - diverge - wander - migrate - roam - wander about - stray - cast - drift - ramble - range - roll - rove - swan - trampaccumulate - change by reversal - curve - go - err - displace - speak - bang - journey - appear - go away - cast - beckon - cerebrate