Vertaling van works
he/she/it works
hij/zij/het werkt
» meer vervoegingen van werken
he/she/it works
hij/zij/het werkt
» meer vervoegingen van werken
he/she/it works
hij/zij/het bedient
» meer vervoegingen van bedienen
he/she/it works
hij/zij/het beeldhouwt
» meer vervoegingen van beeldhouwen
he/she/it works
hij/zij/het functioneert
» meer vervoegingen van functioneren
he/she/it works
hij/zij/het maakt
» meer vervoegingen van maken
uitbuiten
uitmelken
he/she/it works
hij/zij/het exploiteert
» meer vervoegingen van exploiteren
he/she/it works
hij/zij/het kneedt
» meer vervoegingen van kneden
he/she/it works
hij/zij/het bebouwt
» meer vervoegingen van bebouwen
he/she/it works
hij/zij/het arbeidt
» meer vervoegingen van arbeiden
he/she/it works
hij/zij/het bewerkt
» meer vervoegingen van bewerken
Voorbeelden in zinsverband
My father works here.
Hier werkt mijn vader.
He works all night.
Hij werkt de hele nacht.
I guess that works.
Ik denk dat dat werkt.
Faith works miracles!
Geloof doet wonderen!
My GPS works very well.
Mijn GPS doet het erg goed.
He works at the bank.
Hij werkt bij een bank.
That's the building where Dad works.
Dat is het gebouw waar papa werkt.
She works in an Oxfam shop.
Ze werkt in een wereldwinkel.
My father lives and works in Tokyo.
Mijn vader woont en werkt in Tokio.
He works as a gondolier in Venice.
Hij werkt als gondelier in Venetië.
The girl who works at the bakery is pretty.
Het meisje dat in de bakkerij werkt is knap.
Tom always goes to the supermarket where Mary works.
Tom gaat altijd naar de supermarkt waar Mary werkt.
The girl who works at the bakery is cute.
Het meisje dat in de bakkerij werkt, is lief.