Vertaling van aanzien

Inhoud:

Nederlands
Engels
aanzien, dulden, toelaten, tolereren, velen, verdragen, pikken {ww.}
to tolerate 
to stomach
to stand 
to condone
to brook 
to abide 
to put up with
to endure

ik zal aanzien
jij zult aanzien
hij/zij/het zal aanzien

I will tolerate
you will tolerate
he/she/it will tolerate
» meer vervoegingen van to tolerate

Ik kan dit geluid niet langer tolereren.
I can't tolerate this noise any longer.
aanzien [o], schijn [m] {zn.}
look 
semblance
appearance 
Niet opnieuw! Zie hoe die twee elkaar kussen. Ze staan echt in vuur en in vlam voor elkaar. Ik kan dit niet langer aanzien.
Not again! Look at those two kissing. They've really got the hots for each other. I can't watch this any more.
aanzien, verslijten {ww.}
to view as
to hold
to take for
to deem

ik zal aanzien
jij zult aanzien
hij/zij/het zal aanzien

I will hold
you will hold
he/she/it will hold
» meer vervoegingen van to hold

aanblik [m], aanzien [o], air [o], verschijning [v], schijn, uiterlijk, voorkomen, vóórkomen {zn.}
appearance 
look 
respect 
guise
countenance 
view 
sight 
aspect 
Zijn plotselinge verschijning verraste me.
I was surprised by his sudden appearance.
Mary is geobsedeerd door haar uiterlijk.
Mary is obsessed about her appearance.
aanzicht [o] (het ~), aanzien [o] (het ~), gezicht [o] (het ~), uiterlijk [o] (het ~), aanblik [m] (de ~) {zn.}
appearance
visual aspect
Qua uiterlijk lijkt Dick op zijn moeder.
Dick takes after his mother in appearance.
Zijn uiterlijk is zo veranderd, dat je hem misschien wel niet herkent.
His appearance has changed so much that you may well not recognize him.
aankijken, aanzien {ww.}
to witness

ik zal aanzien
jij zult aanzien
hij/zij/het zal aanzien

I will witness
you will witness
he/she/it will witness
» meer vervoegingen van to witness

aanblikken, aankijken, aanzien {ww.}
to eyeball
to eye

ik zal aanzien
jij zult aanzien
hij/zij/het zal aanzien

I will eye
you will eye
he/she/it will eye
» meer vervoegingen van to eye

aanzicht [o] (het ~), aanzien [o] (het ~), gezicht [o] (het ~), aanblik [m] (de ~), uiterlijk [o] (het ~) {zn.}
appearance
visual aspect
eer [m] (de ~), aanzien [o] (het ~) {zn.}
honor
honour