Vertaling van dragen

Inhoud:

Nederlands
Engels
dragen, schoren, steunen, ondersteunen, ruggesteunen, schragen {ww.}
to support 
to back up
to stand by
to back 
to second 
to uphold
to maintain 
to espouse
to countenance 
to sustain 

wij dragen
jullie dragen
zij dragen

we support
you support
they support
» meer vervoegingen van to support

Ik heb het aangedurfd zijn mening te steunen.
I dared to support his opinion.
Er kleven voor- en nadelen aan allebei je meningen, ik ga dus niet meteen besluiten welke te ondersteunen.
There are merits and demerits to both your opinions so I'm not going to decide right away which to support.
dragen, naar buiten brengen, uithouden, verdragen {ww.}
to bear 
to stand 
to afford 
to carry away
to suffer 
to put up with
to endure
to carry out
to abide 

wij dragen
jullie dragen
zij dragen

we bear
you bear
they bear
» meer vervoegingen van to bear

Ik kan het niet meer uithouden.
I cannot stand this anymore.
Je onderzoek zal zeker vruchten dragen.
Your research will surely bear fruit.
aanhebben, dragen, ophebben, voorhebben {ww.}
to wear 

wij dragen
jullie dragen
zij dragen

we wear
you wear
they wear
» meer vervoegingen van to wear

Katten dragen geen halsband.
Cats don't wear collars.
Moet ik een stropdas naar het werk dragen?
Do I have to wear a tie at work?
dragen {ww.}
to carry
to transport

wij dragen
jullie dragen
zij dragen

we carry
you carry
they carry
» meer vervoegingen van to carry

Zal ik uw jas dragen?
Shall I carry your coat?
Ik kan deze koffer niet zelf dragen.
I can't carry this suitcase by myself.
dragen {ww.}
to wear
to have on

wij dragen
jullie dragen
zij dragen

we wear
you wear
they wear
» meer vervoegingen van to wear

We moeten een uniform dragen op school.
We have to wear school uniforms at school.
Ik hou er niet van schoenen zonder sokken te dragen.
I don't like to wear shoes without socks.
brengen, dragen, voeren, voorhebben {ww.}
to wear 
to carry 
to bear 
to wash 

wij dragen
jullie dragen
zij dragen

we wear
you wear
they wear
» meer vervoegingen van to wear

dragen {ww.}
to carry
to take
to pack

wij dragen
jullie dragen
zij dragen

we carry
you carry
they carry
» meer vervoegingen van to carry

Ik hielp hem zijn bagage naar boven te dragen.
I helped him carry his luggage upstairs.
dragen {ww.}
to carry
to extend

wij dragen
jullie dragen
zij dragen

we carry
you carry
they carry
» meer vervoegingen van to carry

dragen, ondersteunen {ww.}
to hold
to hold up
to support
to sustain

wij dragen
jullie dragen
zij dragen

we hold
you hold
they hold
» meer vervoegingen van to hold

dulden, gedogen, harden, velen, verduren, dragen, verdragen, incasseren {ww.}
to bear
to tolerate
to support
to suffer
to stomach
to stick out
to stand
to put up
to endure
to digest
to brook
to abide

wij dragen
jullie dragen
zij dragen

we bear
you bear
they bear
» meer vervoegingen van to bear


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Katten dragen geen halsband.

Cats don't wear collars.

Zal ik uw jas dragen?

Shall I carry your coat?

We moeten een uniform dragen op school.

We have to wear school uniforms at school.

Ik kan deze koffer niet zelf dragen.

I can't carry this suitcase by myself.

Je onderzoek zal zeker vruchten dragen.

Your research will surely bear fruit.

Ik hielp hem zijn bagage naar boven te dragen.

I helped him carry his luggage upstairs.

We zijn het gewend om schoenen te dragen.

We are accustomed to wearing shoes.

Moet ik een stropdas naar het werk dragen?

Do I have to wear a tie at work?

Ik hou er niet van schoenen zonder sokken te dragen.

I don't like to wear shoes without socks.