Vertaling van uit

Inhoud:

Nederlands
Engels
uit, van, op {vz.}
from 
out of
forth 
uit {bn.}
away
outside
door, uit, vanwege, voor, wegens, met, om {vz.}
because of
for 
for sake of
on account of
owing to
through 
at 
uit, passé {bn.}
out-of-date
outdated
superannuated
uit, bedacht {bn.}
bent
bent on
dead set
out to
ontlokken, slaken, uitbrengen, uithalen, uitdrijven, uiten {ww.}
to void 
to release 
to vent
to output
to utter 
to express 
to drive out
to draw out

ik uit
jij uit
hij/zij/het uit

I void
you void
he/she/it voids
» meer vervoegingen van to void

betuigen, opperen, uitdrukken, uiten, uitspreken, verwoorden {ww.}
to express 
to register 
to put 

ik uit
jij uit
hij/zij/het uit

I express
you express
he/she/it expresses
» meer vervoegingen van to express

Ik hou er niet van als wiskundigen die veel meer weten dan ik hun gedachten niet duidelijk kunnen uitdrukken.
I don't like it when mathematicians who know much more than I do can't express themselves explicitly.
uiten {ww.}
to express
to show
to evince

ik uit
jij uit
hij/zij/het uit

I express
you express
he/she/it expresses
» meer vervoegingen van to express

uiten {ww.}
to verbalize
to verbalise
to give tongue to
to utter
to express

ik uit
jij uit
hij/zij/het uit

I verbalize
you verbalize
he/she/it verbalizes
» meer vervoegingen van to verbalize

uiten, openbaren, manifesteren {ww.}
to come to light
to come to hand


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Kijk uit!

Watch out!

Uit het oog, uit het hart.

Far from eye far from heart.

Ik kom uit Engeland.

I'm from England.

Blijf uit de problemen.

Keep your nose clean.

Ik kom uit Egypte.

I am from Egypt.

Steek je tong uit.

Stick out your tongue.

Ik kom uit Brazilië.

I come from Brazil.

Woorden drukken gedachten uit.

Words express thoughts.

Het maakt niet uit.

It doesn't matter.

Ik kom uit Portugal.

I am from Portugal.

Leg het mij uit.

Explain it to me.

Wanneer komt het u uit?

When would it be convenient for you?

Hij barstte in lachen uit.

He burst into laughter.

Het ziet er vreemd uit.

It looks strange.

Hij voerde het plan uit.

He carried out the plan.


Gerelateerd aan uit

van - op - door - vanwege - voor - wegens - met - om - passé - bedacht - ontlokken - slaken - uitbrengen - uithalen - uitdrijvenvoorbij - antediluviaans - tonen - weergeven - blijken