Vertaling van uithalen

Inhoud:

Nederlands
Engels
uithalen {ww.}
to belt
to belt out

ik zal uithalen
jij zult uithalen
hij/zij/het zal uithalen

I will belt
you will belt
he/she/it will belt
» meer vervoegingen van to belt

ontlokken, slaken, uitbrengen, uithalen, uitdrijven, uiten {ww.}
to void 
to release 
to vent
to output
to utter 
to express 
to drive out
to draw out

ik zal uithalen
jij zult uithalen
hij/zij/het zal uithalen

I will void
you will void
he/she/it will void
» meer vervoegingen van to void

ontlokken, tappen, trekken, te voorschijn trekken, uithalen {ww.}
to elicit 
to extract
to glean
to pull 
to withdraw 
to worm 

ik zal uithalen
jij zult uithalen
hij/zij/het zal uithalen

I will elicit
you will elicit
he/she/it will elicit
» meer vervoegingen van to elicit

ledigen, legen, lenzen, lichten, ruimen, uithalen {ww.}
to empty 
to clear 

ik zal uithalen
jij zult uithalen
hij/zij/het zal uithalen

I will empty
you will empty
he/she/it will empty
» meer vervoegingen van to empty

uitnemen, uithalen {ww.}
to take out
to take away
uitvoeren, sjouwen, uitrichten, uitspoken, uithalen, uitvreten, uitsteken {ww.}
to fulfil
to fulfill
to execute
to carry through
to carry out
to action
to accomplish

ik zal uithalen
jij zult uithalen
hij/zij/het zal uithalen

I will fulfil
you will fulfil
he/she/it will fulfil
» meer vervoegingen van to fulfil

helpen, uithalen {ww.}
to help
to facilitate

ik zal uithalen
jij zult uithalen
hij/zij/het zal uithalen

I will help
you will help
he/she/it will help
» meer vervoegingen van to help

Kom ons helpen.
Come and help us.
Zal je hen helpen?
Will you help them?
leegmaken, ledigen, legen, uithalen {ww.}
to empty

ik zal uithalen
jij zult uithalen
hij/zij/het zal uithalen

I will empty
you will empty
he/she/it will empty
» meer vervoegingen van to empty

slaan, uithalen, kletsen {ww.}
to hit

ik zal uithalen
jij zult uithalen
hij/zij/het zal uithalen

I will hit
you will hit
he/she/it will hit
» meer vervoegingen van to hit

Het was niet mijn bedoeling hem te slaan.
I didn't mean to hit him.
fulmineren, opspelen, uitpakken, uitschieten, uitvallen, uitvliegen, uitvaren, uithalen {ww.}
to fulminate
to rail

ik zal uithalen
jij zult uithalen
hij/zij/het zal uithalen

I will fulminate
you will fulminate
he/she/it will fulminate
» meer vervoegingen van to fulminate

uithaal [m] (de ~), haal [m] (de ~) {zn.}
howl
uithaal [m] (de ~) {zn.}
attack
uithaal [m] (de ~) {ww.}
to swipe