Vertaling van wil

Inhoud:

Nederlands
Engels
wil, zin [m] {zn.}
will 
wish 
willingness
Hij wil naar Amerika gaan.
His wish is to go to America.
Wil je met me trouwen?
Will you marry me?
wil [m] (de ~) {zn.}
will
volition
Wil je me beloven dat je me nooit zal verlaten?
Will you promise me that you will never leave me?
willen, willen hebben {ww.}
to want 
to want to have

ik wil
jij wil
hij/zij/het wil

I want
you want
he/she/it wants
» meer vervoegingen van to want

Zij willen rijk worden.
They want to become rich.
Wat willen ze dat we doen?
What do they want us to do?
willen {ww.}
to want 
to wish 
to be willing to

ik wil
jij wil
hij/zij/het wil

I want
you want
he/she/it wants
» meer vervoegingen van to want

We willen blijven wat we zijn.
We wish to remain what we are.
Ik zou willen opnieuw jong zijn.
I wish that I were young again.
willen {ww.}
to will

ik wil
jij wil
hij/zij/het wil

I will
you will
he/she/it wills
» meer vervoegingen van to will

willen, motten, moeten {ww.}
to want
to desire

ik wil
jij wil
hij/zij/het wil

I want
you want
he/she/it wants
» meer vervoegingen van to want

We willen volledige zinnen.
We want complete sentences.
Ik vermoed, dat achter alles wat we doen moeten, wel iets zit, wat we doen willen...
I suppose that behind each thing we have to do, there's something we want to do...
zullen, willen {ww.}
to will

ik wil
jij wil
hij/zij/het wil

I will
you will
he/she/it wills
» meer vervoegingen van to will

Tulpen zullen snel bloeien.
Tulips will bloom soon.
Verraders zullen gedeporteerd worden.
Traitors will be deported.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ik wil deze.

I want this one.

Ik wil skischoenen kopen.

I want to buy some ski boots.

Ik wil weggaan.

I want to leave.

Ik wil niet opgeven.

I don't want to give up.

Ik wil leren zwemmen.

I want to learn how to swim.

Ik wil water.

I want some water.

Ik wil niet scheiden.

I don't want to get divorced.

Ik wil kopen.

I want to buy.

Ik wil het opeten.

I want to eat it.

Wil je iets drinken?

Would you like to drink anything?

Doe wat je wil.

Do whatever you like.

Wil je rijk zijn?

Do you want to be rich?

Ik wil ze levend.

I want them alive.

Ik wil je zoenen.

I want to kiss you.

Ik wil Duits studeren.

I want to study German.


Gerelateerd aan wil

zin - willen - willen hebben - motten - moeten - zullenvermogen - bestaan - voelen - zijn