Vertaling van zitten
wij zitten
jullie zitten
zij zitten
we sit
you sit
they sit
» meer vervoegingen van to sit
to brood
wij zitten
jullie zitten
zij zitten
we dwell
you dwell
they dwell
» meer vervoegingen van to dwell
wij zitten
jullie zitten
zij zitten
we feel
you feel
they feel
» meer vervoegingen van to feel
to sit down
wij zitten
jullie zitten
zij zitten
we sit
you sit
they sit
» meer vervoegingen van to sit
to fit
wij zitten
jullie zitten
zij zitten
we go
you go
they go
» meer vervoegingen van to go
to pass oneself off
to pose
wij zitten
jullie zitten
zij zitten
we posture
you posture
they posture
» meer vervoegingen van to posture
wij zitten
jullie zitten
zij zitten
we are
you are
they are
» meer vervoegingen van to be
Voorbeelden in zinsverband
Gaat u zitten.
Please take a seat.
Ze zitten aan tafel.
They are sitting at the table.
Zitten we in hetzelfde hotel?
Are we in the same hotel?
Dat liedje blijft in je hoofd zitten.
That song is catchy.
Laten we op de bank zitten.
Let's sit down on the bench.
Ik ging zitten en opende mijn laptop.
I sat down and opened my laptop.
Hoeveel leerlingen zitten er in jouw klas?
How many students are there in your class?
U mag op de stoel gaan zitten.
You may sit down on the chair.
Wil je niet op mijn knie zitten?
Won't you sit on my knee?
Gaat u maar zitten waar u maar wilt.
Sit wherever you like.
Er zitten een paar fouten in uw compositie.
There are few mistakes in your composition.
Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.
The one whose butt got burned has to sit on the blisters.
De broedhen heeft een week op de eieren zitten broeden.
The hen has been brooding its eggs for a week.
Men zegt dat er in dit bos spoken zitten.
It is believed that ghosts exist in this forest.
We waren zo opgewonden dat we niet stil konden zitten.
We were so excited that we couldn't sit still.