Vertaling van aantreffen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
ontmoeten, treffen, tegenkomen, tegemoet treden, aantreffen {ww.}
ontmoeten
treffen
tegenkomen
tegemoet treden
aantreffen {ww.}
treffen
tegenkomen
tegemoet treden
aantreffen {ww.}
ik zal aantreffen
jij zult aantreffen
hij/zij/het zal aantreffen
ik zal ontmoeten
jij zult ontmoeten
hij/zij/het zal ontmoeten
» meer vervoegingen van ontmoeten
Ik wil Tom graag ontmoeten.
Ik wil Tom graag ontmoeten.
Een persoon genaamd Itoh wil jou ontmoeten.
Een persoon genaamd Itoh wil jou ontmoeten.
vinden, aantreffen, treffen, bevinden {ww.}
vinden
aantreffen
treffen
bevinden {ww.}
aantreffen
treffen
bevinden {ww.}
ik zal aantreffen
jij zult aantreffen
hij/zij/het zal aantreffen
ik zal vinden
jij zult vinden
hij/zij/het zal vinden
» meer vervoegingen van vinden
Kan je het vinden?
Kan je het vinden?
Ik moet het vinden.
Ik moet het vinden.
ontmoeten, treffen, tegenkomen, aantreffen {ww.}
ontmoeten
treffen
tegenkomen
aantreffen {ww.}
treffen
tegenkomen
aantreffen {ww.}
ik zal aantreffen
jij zult aantreffen
hij/zij/het zal aantreffen
ik zal ontmoeten
jij zult ontmoeten
hij/zij/het zal ontmoeten
» meer vervoegingen van ontmoeten
Mijn oude vriend ontmoeten was erg aangenaam.
Mijn oude vriend ontmoeten was erg aangenaam.
Iedereen wil je ontmoeten, je bent beroemd!
Iedereen wil je ontmoeten, je bent beroemd!
opduiken, opdiepen, tegenkomen, aantreffen, stuiten, opduikelen, aanlopen {ww.}
opduiken
opdiepen
tegenkomen
aantreffen
stuiten
opduikelen
aanlopen {ww.}
opdiepen
tegenkomen
aantreffen
stuiten
opduikelen
aanlopen {ww.}
ik zal aanlopen
jij zult aanlopen
hij/zij/het zal aanlopen
ik zal opduiken
jij zult opduiken
hij/zij/het zal opduiken
» meer vervoegingen van opduiken
Sommige geuren kunnen gemakkelijk jeugdherinneringen laten opduiken.
Sommige geuren kunnen gemakkelijk jeugdherinneringen laten opduiken.