Vertaling van tegenkomen
treffen
passeren {ww.}
ik zal passeren
jij zult passeren
hij/zij/het zal passeren
ik zal tegenkomen
jij zult tegenkomen
hij/zij/het zal tegenkomen
» meer vervoegingen van tegenkomen
passeren {ww.}
ik zal passeren
jij zult passeren
hij/zij/het zal passeren
ik zal tegenkomen
jij zult tegenkomen
hij/zij/het zal tegenkomen
» meer vervoegingen van tegenkomen
ik zal tegenkomen
jij zult tegenkomen
hij/zij/het zal tegenkomen
ik zal tegenkomen
jij zult tegenkomen
hij/zij/het zal tegenkomen
» meer vervoegingen van tegenkomen
treffen
tegenkomen
tegemoet treden
aantreffen {ww.}
ik zal aantreffen
jij zult aantreffen
hij/zij/het zal aantreffen
ik zal ontmoeten
jij zult ontmoeten
hij/zij/het zal ontmoeten
» meer vervoegingen van ontmoeten
treffen
tegenkomen
aantreffen {ww.}
ik zal aantreffen
jij zult aantreffen
hij/zij/het zal aantreffen
ik zal ontmoeten
jij zult ontmoeten
hij/zij/het zal ontmoeten
» meer vervoegingen van ontmoeten
opdiepen
tegenkomen
aantreffen
stuiten
opduikelen
aanlopen {ww.}
ik zal aanlopen
jij zult aanlopen
hij/zij/het zal aanlopen
ik zal opduiken
jij zult opduiken
hij/zij/het zal opduiken
» meer vervoegingen van opduiken