Vertaling van bespringen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
bespringen {ww.}
bespringen {ww.}

ik bespring
jij bespringt
hij/zij/het bespringt

ik bespring
jij bespringt
hij/zij/het bespringt
» meer vervoegingen van bespringen

zich storten op, zich werpen op, bespringen {ww.}
zich storten op
zich werpen op
bespringen {ww.}

ik bespring
jij bespringt
hij/zij/het bespringt

ik bespring
jij bespringt
hij/zij/het bespringt
» meer vervoegingen van bespringen

bespringen {ww.}
bespringen {ww.}

ik bespring
jij bespringt
hij/zij/het bespringt

ik bespring
jij bespringt
hij/zij/het bespringt
» meer vervoegingen van bespringen

dekken, bespringen {ww.}
dekken
bespringen {ww.}

ik bespring
jij bespringt
hij/zij/het bespringt

ik dek
jij dekt
hij/zij/het dekt
» meer vervoegingen van dekken

In het begin konden we de eindjes aan elkaar knopen maar na verloop van tijd konden we onze kosten niet meer dekken.
In het begin konden we de eindjes aan elkaar knopen maar na verloop van tijd konden we onze kosten niet meer dekken.


Gerelateerd aan bespringen

zich storten op - zich werpen op - dekkenspringen - attaqueren - bevruchten