Vertaling van dop

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
dop [m], schaal, schors [v], schil [v] {zn.}
dop [m]
schaal
schors [v]
schil [v] {zn.}
Beter een half ei dan een lege dop.
Beter een half ei dan een lege dop.
Doe de dop terug op de fles voor het geval de kat hem omstoot.
Doe de dop terug op de fles voor het geval de kat hem omstoot.
dop [m], schil, peul {zn.}
dop [m]
schil
peul {zn.}
dop [m] (de ~) {zn.}
dop [m] (de ~) {zn.}
dop, bolhoed [m] (de ~), pothoed [m] (de ~) {zn.}
dop
bolhoed [m] (de ~)
pothoed [m] (de ~) {zn.}
Op de tafel ligt een bolhoed.
Op de tafel ligt een bolhoed.
dop [m] (de ~), steun [m] (de ~), vervangingsinkomen, stempelgeld, uitkering [v] (de ~) {zn.}
dop [m] (de ~)
steun [m] (de ~)
vervangingsinkomen
stempelgeld
uitkering [v] (de ~) {zn.}
We hebben jouw steun nodig.
We hebben jouw steun nodig.
dop [m] (de ~), sluitdop, afsluitdop {zn.}
dop [m] (de ~)
sluitdop
afsluitdop {zn.}
dop [m] (de ~), oordopje {zn.}
dop [m] (de ~)
oordopje {zn.}
doppen {ww.}
doppen {ww.}

ik dop
jij dopt
hij/zij/het dopt

ik dop
jij dopt
hij/zij/het dopt
» meer vervoegingen van doppen

doppen, tevoorschijn brengen {ww.}
doppen
tevoorschijn brengen {ww.}

ik dop
jij dopt
hij/zij/het dopt

ik dop
jij dopt
hij/zij/het dopt
» meer vervoegingen van doppen

doppen {ww.}
doppen {ww.}

ik dop
jij dopt
hij/zij/het dopt

ik dop
jij dopt
hij/zij/het dopt
» meer vervoegingen van doppen



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Beter een half ei dan een lege dop.

Beter een half ei dan een lege dop.

Doe de dop terug op de fles voor het geval de kat hem omstoot.

Doe de dop terug op de fles voor het geval de kat hem omstoot.