Vertaling van hoed

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
hoed [m] {zn.}
hoed [m] {zn.}
Ga niet zonder hoed.
Ga niet zonder hoed.
Breng mijn hoed.
Breng mijn hoed.
hoed [m] (de ~) {zn.}
hoed [m] (de ~) {zn.}
Ze draagt een hoed.
Ze draagt een hoed.
Hij heeft een hoed op.
Hij heeft een hoed op.
bewaren, waken over, hoeden, de wacht hebben, bewaken {ww.}
bewaren
waken over
hoeden
de wacht hebben
bewaken {ww.}

ik bewaak
jij bewaakt
hij/zij/het bewaakt

ik bewaar
jij bewaart
hij/zij/het bewaart
» meer vervoegingen van bewaren

Kun je eieren bewaren buiten de koelkast?
Kun je eieren bewaren buiten de koelkast?
Melk moet men bewaren bij relatief lage temperatuur.
Melk moet men bewaren bij relatief lage temperatuur.
hoeden {ww.}
hoeden {ww.}

ik hoed
jij hoedt
hij/zij/het hoedt

ik hoed
jij hoedt
hij/zij/het hoedt
» meer vervoegingen van hoeden

wachten, oppassen, waken, hoeden {ww.}
wachten
oppassen
waken
hoeden {ww.}

ik hoed
jij hoedt
hij/zij/het hoedt

ik wacht
jij wacht
hij/zij/het wacht
» meer vervoegingen van wachten

Laten de consuls oppassen
Laten de consuls oppassen
Het werk kan wachten.
Het werk kan wachten.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ga niet zonder hoed.

Ga niet zonder hoed.

Breng mijn hoed.

Breng mijn hoed.

Ze draagt een hoed.

Ze draagt een hoed.

Hij heeft een hoed op.

Hij heeft een hoed op.

De bruine hoed is oud.

De bruine hoed is oud.

Ik zet mijn hoed af.

Ik zet mijn hoed af.

Deze hoed is van mij.

Deze hoed is van mij.

Hij koopt een oude hoed.

Hij koopt een oude hoed.

Ik hou niet van die hoed.

Ik hou niet van die hoed.

Hij kan zijn hoed niet vinden.

Hij kan zijn hoed niet vinden.

Zijn hoed zag er heel grappig uit.

Zijn hoed zag er heel grappig uit.

Deze hoed is te klein voor jou.

Deze hoed is te klein voor jou.

Ze draagt nu al een maand dezelfde hoed.

Ze draagt nu al een maand dezelfde hoed.

Hij ging de kamer in met zijn hoed af.

Hij ging de kamer in met zijn hoed af.

Ik ben erg gehecht aan deze oude strooien hoed.

Ik ben erg gehecht aan deze oude strooien hoed.


Gerelateerd aan hoed

bewaren - waken over - hoeden - de wacht hebben - bewaken - wachten - oppassen - wakenvoorwerp - passen - achten