Vertaling van hoed
waken over
hoeden
de wacht hebben
bewaken {ww.}
ik bewaak
jij bewaakt
hij/zij/het bewaakt
ik bewaar
jij bewaart
hij/zij/het bewaart
» meer vervoegingen van bewaren
ik hoed
jij hoedt
hij/zij/het hoedt
ik hoed
jij hoedt
hij/zij/het hoedt
» meer vervoegingen van hoeden
oppassen
waken
hoeden {ww.}
ik hoed
jij hoedt
hij/zij/het hoedt
ik wacht
jij wacht
hij/zij/het wacht
» meer vervoegingen van wachten
Voorbeelden in zinsverband
Ga niet zonder hoed.
Ga niet zonder hoed.
Breng mijn hoed.
Breng mijn hoed.
Ze draagt een hoed.
Ze draagt een hoed.
Hij heeft een hoed op.
Hij heeft een hoed op.
De bruine hoed is oud.
De bruine hoed is oud.
Ik zet mijn hoed af.
Ik zet mijn hoed af.
Deze hoed is van mij.
Deze hoed is van mij.
Hij koopt een oude hoed.
Hij koopt een oude hoed.
Ik hou niet van die hoed.
Ik hou niet van die hoed.
Hij kan zijn hoed niet vinden.
Hij kan zijn hoed niet vinden.
Zijn hoed zag er heel grappig uit.
Zijn hoed zag er heel grappig uit.
Deze hoed is te klein voor jou.
Deze hoed is te klein voor jou.
Ze draagt nu al een maand dezelfde hoed.
Ze draagt nu al een maand dezelfde hoed.
Hij ging de kamer in met zijn hoed af.
Hij ging de kamer in met zijn hoed af.
Ik ben erg gehecht aan deze oude strooien hoed.
Ik ben erg gehecht aan deze oude strooien hoed.