Vertaling van gedempt

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
gedempt {bn.}
gedempt {bn.}
gedempt, gedimd, gereduceerd, verminderd {bn.}
gedempt
gedimd
gereduceerd
verminderd {bn.}
gedempt {bn.}
gedempt {bn.}
gedempt, gevuld {bn.}
gedempt
gevuld {bn.}
gedempt, gevoileerd, halfluid {bn.}
gedempt
gevoileerd
halfluid {bn.}
dempen {ww.}
dempen {ww.}

ik heb gedempt
ik had gedempt
ik zal gedempt hebben

ik heb gedempt
ik had gedempt
ik zal gedempt hebben
» meer vervoegingen van dempen

volstorten, dichtgooien, plempen, dempen {ww.}
volstorten
dichtgooien
plempen
dempen {ww.}

ik heb gedempt
ik had gedempt
ik zal gedempt hebben

ik heb volgestort
ik had volgestort
ik zal volgestort hebben
» meer vervoegingen van volstorten

stoppen, volschenken, volmaken, spekken, invullen, vullen, dempen {ww.}
stoppen
volschenken
volmaken
spekken
invullen
vullen
dempen {ww.}

ik heb gedempt
ik had gedempt
ik zal gedempt hebben

ik heb gestopt
ik had gestopt
ik zal gestopt hebben
» meer vervoegingen van stoppen

Ge moet stoppen met roken.
Ge moet stoppen met roken.
Ge moet stoppen met roken.
Ge moet stoppen met roken.
afschrijven, afbetalen, dempen, amortiseren {ww.}
afschrijven
afbetalen
dempen
amortiseren {ww.}

ik heb afbetaald
ik had afbetaald
ik zal afbetaald hebben

ik heb afgeschreven
ik had afgeschreven
ik zal afgeschreven hebben
» meer vervoegingen van afschrijven

dempen {ww.}
dempen {ww.}

ik heb gedempt
ik had gedempt
ik zal gedempt hebben

ik heb gedempt
ik had gedempt
ik zal gedempt hebben
» meer vervoegingen van dempen

dempen {ww.}
dempen {ww.}

ik heb gedempt
ik had gedempt
ik zal gedempt hebben

ik heb gedempt
ik had gedempt
ik zal gedempt hebben
» meer vervoegingen van dempen

zacht, halfluid, gedempt {bn.}
zacht
halfluid
gedempt {bn.}