Vertaling van gegrond
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
gegrond {bn.}
gegrond {bn.}
gegrond, gelijk hebbend, juist {bn.}
gegrond
gelijk hebbend
juist {bn.}
gelijk hebbend
juist {bn.}
gegrond, gefundeerd, gewettigd, legitiem {bn.}
gegrond
gefundeerd
gewettigd
legitiem {bn.}
gefundeerd
gewettigd
legitiem {bn.}
gronden, baseren {ww.}
gronden
baseren {ww.}
baseren {ww.}
ik heb gebaseerd
jij hebt gebaseerd
hij/zij/het heeft gebaseerd
ik heb gegrond
jij hebt gegrond
hij/zij/het heeft gegrond
» meer vervoegingen van gronden
grondverven, gronden {ww.}
grondverven
gronden {ww.}
gronden {ww.}
ik heb gegrond
jij hebt gegrond
hij/zij/het heeft gegrond
ik heb gegrondverfd
jij hebt gegrondverfd
hij/zij/het heeft gegrondverfd
» meer vervoegingen van grondverven
funderen, gronden, baseren, onderbouwen, argumenteren, beargumenteren {ww.}
funderen
gronden
baseren
onderbouwen
argumenteren
beargumenteren {ww.}
gronden
baseren
onderbouwen
argumenteren
beargumenteren {ww.}
ik heb geargumenteerd
jij hebt geargumenteerd
hij/zij/het heeft geargumenteerd
ik heb gefundeerd
jij hebt gefundeerd
hij/zij/het heeft gefundeerd
» meer vervoegingen van funderen
gronden {ww.}
gronden {ww.}
ik heb gegrond
jij hebt gegrond
hij/zij/het heeft gegrond
ik heb gegrond
jij hebt gegrond
hij/zij/het heeft gegrond
» meer vervoegingen van gronden