Vertaling van gesticht

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
instituut, kostschool, gesticht, inrichting [v] {zn.}
instituut
kostschool
gesticht
inrichting [v] {zn.}
Hij werkt bij een wetenschappelijk instituut waar taalkundigen, letterkundigen, historici, sociologen, economen en andere wetenschappers onderzoek doen naar alles wat…
Hij werkt bij een wetenschappelijk instituut waar taalkundigen, letterkundigen, historici, sociologen, economen en andere wetenschappers onderzoek doen naar alles wat…
gesticht [o] (het ~), inrichting [v] (de ~), zothuis, krankzinnigengesticht, gekkenhuis [o] (het ~), dolhuis {zn.}
gesticht [o] (het ~)
inrichting [v] (de ~)
zothuis
krankzinnigengesticht
gekkenhuis [o] (het ~)
dolhuis {zn.}
veroorzaken, aanrichten, teweegbrengen, stichten, aandoen {ww.}
veroorzaken
aanrichten
teweegbrengen
stichten
aandoen {ww.}

ik heb aangedaan
jij hebt aangedaan
hij/zij/het heeft aangedaan

ik heb veroorzaakt
jij hebt veroorzaakt
hij/zij/het heeft veroorzaakt
» meer vervoegingen van veroorzaken

Het zal schade aanrichten aan de oogst.
Het zal schade aanrichten aan de oogst.
Ik wil geen paniek veroorzaken.
Ik wil geen paniek veroorzaken.
vestigen, stichten, funderen, grondvesten, baseren {ww.}
vestigen
stichten
funderen
grondvesten
baseren {ww.}

ik heb gebaseerd
jij hebt gebaseerd
hij/zij/het heeft gebaseerd

ik heb gevestigd
jij hebt gevestigd
hij/zij/het heeft gevestigd
» meer vervoegingen van vestigen

Zoveel inspanning kostte het de Romeinse staat te vestigen
Zoveel inspanning kostte het de Romeinse staat te vestigen
vestigen, oprichten, stichten, inrichten {ww.}
vestigen
oprichten
stichten
inrichten {ww.}

ik heb ingericht
ik had ingericht
ik zal ingericht hebben

ik heb gevestigd
ik had gevestigd
ik zal gevestigd hebben
» meer vervoegingen van vestigen

stichten {ww.}
stichten {ww.}

ik heb gesticht
ik had gesticht
ik zal gesticht hebben

ik heb gesticht
ik had gesticht
ik zal gesticht hebben
» meer vervoegingen van stichten

vestigen, grondvesten, stichten {ww.}
vestigen
grondvesten
stichten {ww.}

ik heb gegrondvest
ik had gegrondvest
ik zal gegrondvest hebben

ik heb gevestigd
ik had gevestigd
ik zal gevestigd hebben
» meer vervoegingen van vestigen

aanrichten, aanstichten, stichten {ww.}
aanrichten
aanstichten
stichten {ww.}

ik heb aangericht
jij hebt aangericht
hij/zij/het heeft aangericht

ik heb aangericht
jij hebt aangericht
hij/zij/het heeft aangericht
» meer vervoegingen van aanrichten

stichten {ww.}
stichten {ww.}

ik heb gesticht
ik had gesticht
ik zal gesticht hebben

ik heb gesticht
ik had gesticht
ik zal gesticht hebben
» meer vervoegingen van stichten