Vertaling van kies
kies {bn.}
discreet
tactvol {bn.}
fijn
gevoelig
iel
kies
kieskeurig
tactvol
teder
teer {bn.}
stemmen
balloteren {ww.}
ik balloteer
jij balloteert
hij/zij/het balloteert
ik kies
jij kiest
hij/zij/het kiest
» meer vervoegingen van kiezen
uitzoeken
verkiezen
uitpikken
uitlezen
uitkiezen {ww.}
ik kies
jij kiest
hij/zij/het kiest
ik kies
jij kiest
hij/zij/het kiest
» meer vervoegingen van kiezen
verkiezen {ww.}
ik kies
jij kiest
hij/zij/het kiest
ik kies
jij kiest
hij/zij/het kiest
» meer vervoegingen van kiezen
stemmen {ww.}
ik kies
jij kiest
hij/zij/het kiest
ik kies
jij kiest
hij/zij/het kiest
» meer vervoegingen van kiezen
opteren
prefereren
verkiezen {ww.}
ik kies
jij kiest
hij/zij/het kiest
ik kies
jij kiest
hij/zij/het kiest
» meer vervoegingen van kiezen
Voorbeelden in zinsverband
Kies één van deze prijzen.
Kies één van deze prijzen.
Een aangetaste tand/kies behandelen.
Een aangetaste tand/kies behandelen.
Kies een jurk die jullie bevalt.
Kies een jurk die jullie bevalt.
Kies gewoon drie boeken uit, maakt niet uit welke.
Kies gewoon drie boeken uit, maakt niet uit welke.