Vertaling van lid worden

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
lid worden, zich aansluiten, toetreden {ww.}
lid worden
zich aansluiten
toetreden {ww.}
Van welke club wil je lid worden?
Van welke club wil je lid worden?
lid worden {ww.}
lid worden {ww.}
lid worden, aangenomen worden {ww.}
lid worden
aangenomen worden {ww.}
lid worden, toetreden {ww.}
lid worden
toetreden {ww.}
worden {ww.}
worden {ww.}

ik word
ik zal worden
ik zou worden

ik word
ik zal worden
ik zou worden
» meer vervoegingen van worden

Wat gaan we worden?
Wat gaan we worden?
Hij wilde boer worden.
Hij wilde boer worden.
worden, ontstaan, opkomen {ww.}
worden
ontstaan
opkomen {ww.}

ik ontsta
ik zal ontstaan
ik zou ontstaan

ik word
ik zal worden
ik zou worden
» meer vervoegingen van worden

We moeten voor onze rechten opkomen.
We moeten voor onze rechten opkomen.
Deze traditie is ontstaan in China.
Deze traditie is ontstaan in China.
raken, worden {ww.}
raken
worden {ww.}

ik raak
ik zal raken
ik zou raken

ik raak
ik zal raken
ik zou raken
» meer vervoegingen van raken

opvatten, gewaarworden {ww.}
opvatten
gewaarworden {ww.}

ik word gewaar
jij wordt gewaar
hij/zij/het wordt gewaar

ik vat op
jij vat op
hij/zij/het vat op
» meer vervoegingen van opvatten

Ik weet niet hoe ik zijn woorden moet opvatten.
Ik weet niet hoe ik zijn woorden moet opvatten.
gewaarworden {ww.}
gewaarworden {ww.}

ik word gewaar
jij wordt gewaar
hij/zij/het wordt gewaar

ik word gewaar
jij wordt gewaar
hij/zij/het wordt gewaar
» meer vervoegingen van gewaarworden

bespeuren, gewaarworden {ww.}
bespeuren
gewaarworden {ww.}

ik bespeur
jij bespeurt
hij/zij/het bespeurt

ik bespeur
jij bespeurt
hij/zij/het bespeurt
» meer vervoegingen van bespeuren

bespeuren, gewaarworden {ww.}
bespeuren
gewaarworden {ww.}

ik bespeur
jij bespeurt
hij/zij/het bespeurt

ik bespeur
jij bespeurt
hij/zij/het bespeurt
» meer vervoegingen van bespeuren

gewaarworden, voelen, aanvoelen, gevoelen {ww.}
gewaarworden
voelen
aanvoelen
gevoelen {ww.}

ik voel aan
jij voelt aan
hij/zij/het voelt aan

ik word gewaar
jij wordt gewaar
hij/zij/het wordt gewaar
» meer vervoegingen van gewaarworden