Vertaling van men
we
je
ze {onb. vnw.}
besturen
richten
mennen
dirigeren {ww.}
ik bestuur
jij bestuurt
hij/zij/het bestuurt
ik stuur
jij stuurt
hij/zij/het stuurt
» meer vervoegingen van sturen
ik men
jij ment
hij/zij/het ment
ik men
jij ment
hij/zij/het ment
» meer vervoegingen van mennen
Voorbeelden in zinsverband
Men heeft me achtergelaten.
Men heeft me achtergelaten.
In Australië spreekt men Engels.
In Australië spreekt men Engels.
Men moet niet dwingen te leren. Leren moet men aanmoedigen.
Men moet niet dwingen te leren. Leren moet men aanmoedigen.
In Australië spreekt men Engels.
In Australië spreekt men Engels.
In Australië spreekt men Engels.
In Australië spreekt men Engels.
Frans spreekt men in Frankrijk.
Frans spreekt men in Frankrijk.
In Valencia spreekt men Valenciaans en Spaans.
In Valencia spreekt men Valenciaans en Spaans.
Welke talen spreekt men in België?
Welke talen spreekt men in België?
In Canada spreekt men Engels en Frans.
In Canada spreekt men Engels en Frans.
Men zegt dat hij ernstig ziek is.
Men zegt dat hij ernstig ziek is.
Men zegt dat het kankerverwekkend is.
Men zegt dat het kankerverwekkend is.
Leer mij hoe men dat doet.
Leer mij hoe men dat doet.
In China leert men ook Engels.
In China leert men ook Engels.
Welke taal spreekt men in Egypte?
Welke taal spreekt men in Egypte?
Hij deed wat men hem gezegd had.
Hij deed wat men hem gezegd had.