Vertaling van naakt
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
naakt {zn.}
naakt {zn.}
naakt {bn.}
naakt {bn.}
bloot, naakt, onbedekt, onopgesmukt {bn.}
bloot
naakt
onbedekt
onopgesmukt {bn.}
naakt
onbedekt
onopgesmukt {bn.}
naaktfiguur, naaktschilderij, naakt {zn.}
naaktfiguur
naaktschilderij
naakt {zn.}
naaktschilderij
naakt {zn.}
bloot, naakt, ontkleed, nakend {zn.}
bloot
naakt
ontkleed
nakend {zn.}
naakt
ontkleed
nakend {zn.}
aankomen, naderen, naken, genaken {ww.}
aankomen
naderen
naken
genaken {ww.}
naderen
naken
genaken {ww.}
ik kom aan
jij komt aan
hij/zij/het komt aan
ik kom aan
jij komt aan
hij/zij/het komt aan
» meer vervoegingen van aankomen
De brief zal morgen aankomen.
De brief zal morgen aankomen.
Ik wil weten wanneer mijn bagage zal aankomen.
Ik wil weten wanneer mijn bagage zal aankomen.