Vertaling van rammei

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
rammeien, rammen, heien {ww.}
rammeien
rammen
heien {ww.}

ik hei
jij heit
hij/zij/het heit

ik rammei
jij rammeit
hij/zij/het rammeit
» meer vervoegingen van rammeien

ram [m] (de ~), rammei, stormram [m] (de ~) {zn.}
ram [m] (de ~)
rammei
stormram [m] (de ~) {zn.}
hengsten, rammen, timmeren, rammeien, hameren, bonken, beuken, bonzen {ww.}
hengsten
rammen
timmeren
rammeien
hameren
bonken
beuken
bonzen {ww.}

ik beuk
jij beukt
hij/zij/het beukt

ik hengst
jij hengst
hij/zij/het hengst
» meer vervoegingen van hengsten



Gerelateerd aan rammei

rammeien - rammen - heien - ram - stormram - hengsten - timmeren - hameren - bonken - beuken - bonzenpaal - slaan