Vertaling van sparen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
sparen, betreuren, ontzien, het jammer vinden van, bejammeren {ww.}
sparen
betreuren
ontzien
het jammer vinden van
bejammeren {ww.}

ik bejammer
jij bejammert
hij/zij/het bejammert

ik spaar
jij spaart
hij/zij/het spaart
» meer vervoegingen van sparen

Betreuren
Betreuren
Zijn levensdoel is geld te sparen.
Zijn levensdoel is geld te sparen.
sparen, zich laten vermurwen, toegeeflijk zijn voor, ontzien {ww.}
sparen
zich laten vermurwen
toegeeflijk zijn voor
ontzien {ww.}

ik ontzie
jij ontziet
hij/zij/het ontziet

ik spaar
jij spaart
hij/zij/het spaart
» meer vervoegingen van sparen

Ze sparen hun geld voor de aankoop van een huis.
Ze sparen hun geld voor de aankoop van een huis.
Je moet altijd een appeltje voor de dorst sparen.
Je moet altijd een appeltje voor de dorst sparen.
sparen, besparen, uitzuinigen, uitwinnen, uitsparen, bezuinigen {ww.}
sparen
besparen
uitzuinigen
uitwinnen
uitsparen
bezuinigen {ww.}

ik bespaar
jij bespaart
hij/zij/het bespaart

ik spaar
jij spaart
hij/zij/het spaart
» meer vervoegingen van sparen

Tom doet alles wat hij kan om geld te besparen.
Tom doet alles wat hij kan om geld te besparen.
Tom doet er alles aan om geld te kunnen besparen.
Tom doet er alles aan om geld te kunnen besparen.
sparen, besparen, uitsparen {ww.}
sparen
besparen
uitsparen {ww.}

ik bespaar
jij bespaart
hij/zij/het bespaart

ik spaar
jij spaart
hij/zij/het spaart
» meer vervoegingen van sparen

sparen, ontzien {ww.}
sparen
ontzien {ww.}

ik ontzie
jij ontziet
hij/zij/het ontziet

ik spaar
jij spaart
hij/zij/het spaart
» meer vervoegingen van sparen

Helaas ging mijn reis naar Indonesië ging niet door, omdat ik niet genoeg geld kon sparen.
Helaas ging mijn reis naar Indonesië ging niet door, omdat ik niet genoeg geld kon sparen.
De onderworpenen sparen, maar hen die zich hardnekkig blijven verzetten vernietigen
De onderworpenen sparen, maar hen die zich hardnekkig blijven verzetten vernietigen
sparen, wegleggen, opzijleggen {ww.}
sparen
wegleggen
opzijleggen {ww.}

ik leg opzij
jij legt opzij
hij/zij/het legt opzij

ik spaar
jij spaart
hij/zij/het spaart
» meer vervoegingen van sparen

verzamelen, sparen, collectioneren {ww.}
verzamelen
sparen
collectioneren {ww.}

ik collectioneer
jij collectioneert
hij/zij/het collectioneert

ik verzamel
jij verzamelt
hij/zij/het verzamelt
» meer vervoegingen van verzamelen

Je moet meer informatie verzamelen.
Je moet meer informatie verzamelen.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Zijn levensdoel is geld te sparen.

Zijn levensdoel is geld te sparen.

Ze sparen hun geld voor de aankoop van een huis.

Ze sparen hun geld voor de aankoop van een huis.

Je moet altijd een appeltje voor de dorst sparen.

Je moet altijd een appeltje voor de dorst sparen.

Helaas ging mijn reis naar Indonesië ging niet door, omdat ik niet genoeg geld kon sparen.

Helaas ging mijn reis naar Indonesië ging niet door, omdat ik niet genoeg geld kon sparen.

De onderworpenen sparen, maar hen die zich hardnekkig blijven verzetten vernietigen

De onderworpenen sparen, maar hen die zich hardnekkig blijven verzetten vernietigen