Vertaling van tippen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
tippen {ww.}
tippen {ww.}
ik tip
jij tipt
hij/zij/het tipt
ik tip
jij tipt
hij/zij/het tipt
» meer vervoegingen van tippen
Geen land kan tippen aan kwaliteitswijn uit Frankrijk.
Geen land kan tippen aan kwaliteitswijn uit Frankrijk.
tippen, aantippen {ww.}
tippen
aantippen {ww.}
aantippen {ww.}
ik tip aan
jij tipt aan
hij/zij/het tipt aan
ik tip
jij tipt
hij/zij/het tipt
» meer vervoegingen van tippen
tippen {ww.}
tippen {ww.}
ik tip
jij tipt
hij/zij/het tipt
ik tip
jij tipt
hij/zij/het tipt
» meer vervoegingen van tippen
tippen, inseinen {ww.}
tippen
inseinen {ww.}
inseinen {ww.}
ik sein in
jij seint in
hij/zij/het seint in
ik tip
jij tipt
hij/zij/het tipt
» meer vervoegingen van tippen
tippen {ww.}
tippen {ww.}
ik tip
jij tipt
hij/zij/het tipt
ik tip
jij tipt
hij/zij/het tipt
» meer vervoegingen van tippen
tippen {ww.}
tippen {ww.}
ik tip
jij tipt
hij/zij/het tipt
ik tip
jij tipt
hij/zij/het tipt
» meer vervoegingen van tippen
tip (mv. tippen) {zn.}
tip (mv. tippen) {zn.}
Ze gaf hem de tip af te vallen.
Ze gaf hem de tip af te vallen.
piek , topje , neus, punt, spits, tip (mv. tippen), top {zn.}
piek
topje
neus
punt
spits
tip (mv. tippen)
top {zn.}
topje
neus
punt
spits
tip (mv. tippen)
top {zn.}
suggestie , tip (mv. tippen), wenk {zn.}
suggestie
tip (mv. tippen)
wenk {zn.}
tip (mv. tippen)
wenk {zn.}
tip (mv. tippen) , toef {zn.}
tip (mv. tippen)
toef {zn.}
toef {zn.}
douceur, drinkgeld, tip (mv. tippen) , fooi {zn.}
douceur
drinkgeld
tip (mv. tippen)
fooi {zn.}
drinkgeld
tip (mv. tippen)
fooi {zn.}
aanwijzing , hint , tip (mv. tippen) {zn.}
aanwijzing
hint
tip (mv. tippen) {zn.}
hint
tip (mv. tippen) {zn.}
punt , tip (mv. tippen) {zn.}
punt
tip (mv. tippen) {zn.}
tip (mv. tippen) {zn.}