Vertaling van verzoenen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verzoenen, pacificeren {ww.}
verzoenen
pacificeren {ww.}

ik pacificeer
jij pacificeert
hij/zij/het pacificeert

ik verzoen
jij verzoent
hij/zij/het verzoent
» meer vervoegingen van verzoenen

verzoenen {ww.}
verzoenen {ww.}

ik verzoen
jij verzoent
hij/zij/het verzoent

ik verzoen
jij verzoent
hij/zij/het verzoent
» meer vervoegingen van verzoenen

verzoenen, goedmaken {ww.}
verzoenen
goedmaken {ww.}

ik maak goed
jij maakt goed
hij/zij/het maakt goed

ik verzoen
jij verzoent
hij/zij/het verzoent
» meer vervoegingen van verzoenen

verzoenen {ww.}
verzoenen {ww.}

ik verzoen
jij verzoent
hij/zij/het verzoent

ik verzoen
jij verzoent
hij/zij/het verzoent
» meer vervoegingen van verzoenen

reconciliëren, conciliëren, herenigen, verzoenen {ww.}
reconciliëren
conciliëren
herenigen
verzoenen {ww.}

ik concilieer
jij concilieert
hij/zij/het concilieert

ik reconcilieer
jij reconcilieert
hij/zij/het reconcilieert
» meer vervoegingen van reconciliëren

stellen, resigneren, neerleggen, berusten, verzoenen, schikken {ww.}
stellen
resigneren
neerleggen
berusten
verzoenen
schikken {ww.}

ik berust
jij berust
hij/zij/het berust

ik stel
jij stelt
hij/zij/het stelt
» meer vervoegingen van stellen

Mag ik een vraag stellen?
Mag ik een vraag stellen?
Mag ik een paar vragen stellen?
Mag ik een paar vragen stellen?