Vertaling van verzoenen
pacificeren {ww.}
ik pacificeer
jij pacificeert
hij/zij/het pacificeert
ik verzoen
jij verzoent
hij/zij/het verzoent
» meer vervoegingen van verzoenen
ik verzoen
jij verzoent
hij/zij/het verzoent
ik verzoen
jij verzoent
hij/zij/het verzoent
» meer vervoegingen van verzoenen
goedmaken {ww.}
ik maak goed
jij maakt goed
hij/zij/het maakt goed
ik verzoen
jij verzoent
hij/zij/het verzoent
» meer vervoegingen van verzoenen
ik verzoen
jij verzoent
hij/zij/het verzoent
ik verzoen
jij verzoent
hij/zij/het verzoent
» meer vervoegingen van verzoenen
conciliëren
herenigen
verzoenen {ww.}
ik concilieer
jij concilieert
hij/zij/het concilieert
ik reconcilieer
jij reconcilieert
hij/zij/het reconcilieert
» meer vervoegingen van reconciliëren
resigneren
neerleggen
berusten
verzoenen
schikken {ww.}
ik berust
jij berust
hij/zij/het berust
ik stel
jij stelt
hij/zij/het stelt
» meer vervoegingen van stellen