Vertaling van zorg
ongerustheid
beduchtheid {zn.}
zorgvuldigheid
kommer
bekommernis {zn.}
sores
preoccupatie
kommernis
bekommernis {zn.}
zorgstoel {zn.}
verontrusting
bezorgdheid
ongerustheid {zn.}
zich bekommeren
zorg dragen
zorgen {ww.}
ik zorg
jij zorgt
hij/zij/het zorgt
ik zorg
jij zorgt
hij/zij/het zorgt
» meer vervoegingen van zorgen
ik zorg
jij zorgt
hij/zij/het zorgt
ik zorg
jij zorgt
hij/zij/het zorgt
» meer vervoegingen van zorgen
ik zorg
jij zorgt
hij/zij/het zorgt
ik zorg
jij zorgt
hij/zij/het zorgt
» meer vervoegingen van zorgen
Voorbeelden in zinsverband
Zorg goed voor jezelf.
Zorg goed voor jezelf.
Ik bewaar oude boeken met zorg.
Ik bewaar oude boeken met zorg.
Zijn gedrag is mijn belangrijkste zorg.
Zijn gedrag is mijn belangrijkste zorg.
Zorg ervoor dat ik het niet nog eens moet doen.
Zorg ervoor dat ik het niet nog eens moet doen.
Laat het verleden achter je en zorg je maar voor het heden.
Laat het verleden achter je en zorg je maar voor het heden.
Draag zorg, opdat het je goed zou gaan
Draag zorg, opdat het je goed zou gaan
Triviale zaken zijn niet de zorg van de autoriteit (koning, wet)
Triviale zaken zijn niet de zorg van de autoriteit (koning, wet)