Vertaling van allowing
Inhoud:
Engels
Nederlands
to admit, to allow, to permit, to accept {ww.}
toelaten
binnenlaten
binnenlaten
to concede, to allow {ww.}
in concessie geven
to give, to accord, to administer, to grant, to impart, to provide, to confer, to allow, to yield, to spare, to afford {ww.}
They give nothing.
Zij geven niets.
Please give us some examples.
Kunt u ons een paar voorbeelden geven?
to enable, to let, to permit, to allow {ww.}
mogelijk maken
in staat stellen
in staat stellen
to allow, to leave, to let, to release {ww.}
laten
toelaten
loslaten
laten schieten
laten begaan
toelaten
loslaten
laten schieten
laten begaan
Let's leave.
Laten we weggaan.
Let's leave her alone.
Laten we haar alleen laten.