Vertaling van appointed
I appointed
you appointed
he/she/it appointed
ik stelde vast
jij stelde vast
hij/zij/het stelde vast
» meer vervoegingen van vaststellen
toewijzen
I appointed
you appointed
he/she/it appointed
ik wees toe
jij wees toe
hij/zij/het wees toe
» meer vervoegingen van toewijzen
I appointed
you appointed
he/she/it appointed
ik delegeerde
jij delegeerde
hij/zij/het delegeerde
» meer vervoegingen van delegeren
I appointed
you appointed
he/she/it appointed
ik benoemde
jij benoemde
hij/zij/het benoemde
» meer vervoegingen van benoemen
I appointed
you appointed
he/she/it appointed
ik droeg op
jij droeg op
hij/zij/het droeg op
» meer vervoegingen van opdragen
I appointed
you appointed
he/she/it appointed
ik belegde
jij belegde
hij/zij/het belegde
» meer vervoegingen van beleggen
I appointed
you appointed
he/she/it appointed
ik benoemde
jij benoemde
hij/zij/het benoemde
» meer vervoegingen van benoemen
Voorbeelden in zinsverband
They appointed Mr. White as manager.
Ze hebben meneer White als manager aangesteld.
They appointed Mr White as manager.
Ze hebben meneer White als manager aangesteld.
Because of the storm, we weren't able to arrive at the appointed time.
Door de storm zijn we niet op de voorziene tijd kunnen aankomen.