Vertaling van rested

Inhoud:

Engels
Nederlands
to be deposited, to be in the keeping, to rest {ww.}
berusten

I rested
you rested
he/she/it rested

ik berustte
jij berustte
hij/zij/het berustte
» meer vervoegingen van berusten

to lean, to support, to sustain, to bolster, to buttress, to prop, to underpin, to rest, to back, to back up {ww.}
ondersteunen
steunen
stutten
schragen

I rested
you rested
he/she/it rested

ik ondersteunde
jij ondersteunde
hij/zij/het ondersteunde
» meer vervoegingen van ondersteunen

I dared to support his opinion.
Ik heb het aangedurfd zijn mening te steunen.
There are merits and demerits to both your opinions so I'm not going to decide right away which to support.
Er kleven voor- en nadelen aan allebei je meningen, ik ga dus niet meteen besluiten welke te ondersteunen.
to remain, to stay, to stay over, to abide, to keep, to rest, to stop {ww.}
blijven 
verblijven
toeven
resteren
resten
overblijven 

I rested
you rested
he/she/it rested

ik bleef
jij bleef
hij/zij/het bleef
» meer vervoegingen van blijven

I will stay there.
Ik zal daar blijven.
He can't stay long.
Hij kan niet lang blijven.
to repose, to rest {ww.}
rusten 

I rested
you rested
he/she/it rested

ik rustte
jij rustte
hij/zij/het rustte
» meer vervoegingen van rusten

to rest {ww.}
slapen

I rested
you rested
he/she/it rested

ik sliep
jij sliep
hij/zij/het sliep
» meer vervoegingen van slapen

to rest {ww.}
liggen

I rested
you rested
he/she/it rested

ik lag
jij lag
hij/zij/het lag
» meer vervoegingen van liggen

to remain, to rest, to stay {ww.}
blijven

I rested
you rested
he/she/it rested

ik bleef
jij bleef
hij/zij/het bleef
» meer vervoegingen van blijven

Will you stay at home?
Zult ge thuis blijven?
I'd rather stay at home.
Ik zou liever thuis blijven.
to rest {ww.}
rusten

I rested
you rested
he/she/it rested

ik rustte
jij rustte
hij/zij/het rustte
» meer vervoegingen van rusten

He needed to rest.
Hij moest rusten.
I'm going to have a rest.
Ik ga wat rusten.
to breathe, to catch one's breath, to rest, to take a breather {ww.}
uitblazen
uitrusten

I rested
you rested
he/she/it rested

ik blies uit
jij blies uit
hij/zij/het blies uit
» meer vervoegingen van uitblazen

to remain, to rest, to stay {ww.}
bestendigen
consolideren
stabiliseren

I rested
you rested
he/she/it rested

ik bestendigde
jij bestendigde
hij/zij/het bestendigde
» meer vervoegingen van bestendigen



Gerelateerd aan rested

be deposited - be in the keeping - rest - lean - support - sustain - bolster - buttress - prop - underpin - back - back up - remain - stay - stay overprickle - be - loosen up - rest - keep