Vertaling van sprung
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb gesprongen
jij hebt gesprongen
hij/zij/het heeft gesprongen
» meer vervoegingen van springen
zich werpen op
I have sprung
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik ben voortgekomen
jij bent voortgekomen
hij/zij/het is voortgekomen
» meer vervoegingen van voortkomen
voortkomen
opborrelen
opwellen
ontspringen
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb geweld
jij hebt geweld
hij/zij/het heeft geweld
» meer vervoegingen van wellen
afschampen
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb afgesprongen
jij hebt afgesprongen
hij/zij/het heeft afgesprongen
» meer vervoegingen van afspringen
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik ben teruggeveerd
jij bent teruggeveerd
hij/zij/het is teruggeveerd
» meer vervoegingen van terugveren
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb versprongen
jij hebt versprongen
hij/zij/het heeft versprongen
» meer vervoegingen van verspringen
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb uitgesprongen
jij hebt uitgesprongen
hij/zij/het heeft uitgesprongen
» meer vervoegingen van uitspringen
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb geveerd
jij hebt geveerd
hij/zij/het heeft geveerd
» meer vervoegingen van veren
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb gesprongen
jij hebt gesprongen
hij/zij/het heeft gesprongen
» meer vervoegingen van springen
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb afgesprongen
jij hebt afgesprongen
hij/zij/het heeft afgesprongen
» meer vervoegingen van afspringen
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb gesprongen
jij hebt gesprongen
hij/zij/het heeft gesprongen
» meer vervoegingen van springen
ketsen
stuiteren
kaatsen
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb gestuit
jij hebt gestuit
hij/zij/het heeft gestuit
» meer vervoegingen van stuiten
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb versprongen
jij hebt versprongen
hij/zij/het heeft versprongen
» meer vervoegingen van verspringen
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb geveerd
jij hebt geveerd
hij/zij/het heeft geveerd
» meer vervoegingen van veren
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb afgeketst
jij hebt afgeketst
hij/zij/het heeft afgeketst
» meer vervoegingen van afketsen
he/she/it has sprung
they have sprung
he/she/it had sprung
hij/zij/het heeft gezwiept
zij hebben gezwiept
hij/zij/het had gezwiept
» meer vervoegingen van zwiepen
I have sprung
you have sprung
he/she/it has sprung
ik heb overgeslagen
jij hebt overgeslagen
hij/zij/het heeft overgeslagen
» meer vervoegingen van overslaan