Vertaling van kick

Inhoud:

Engels
Nederlands
to kick {ww.}
schoppen
trappen

I kick
you kick
we kick

ik schop
jij schopt
wij schoppen
» meer vervoegingen van schoppen

kick {zn.}
schop
trap 
to kick {ww.}
aanschoppen

I kick
you kick
we kick

ik schop aan
jij schopt aan
wij schoppen aan
» meer vervoegingen van aanschoppen

to kick {ww.}
trappen
treden

I kick
you kick
we kick

ik trap
jij trapt
wij trappen
» meer vervoegingen van trappen

to kick {ww.}
doortrappen

I kick
you kick
we kick

ik trap door
jij trapt door
wij trappen door
» meer vervoegingen van doortrappen

to kick {ww.}
schoppen
trappen
scheppen

I kick
you kick
we kick

ik schop
jij schopt
wij schoppen
» meer vervoegingen van schoppen

to kick {ww.}
schieten

I kick
you kick
we kick

ik schiet
jij schiet
wij schieten
» meer vervoegingen van schieten

to kick, to kick back, to recoil {ww.}
terugstuiten
terugspringen

I kick
you kick
we kick

ik spring terug
jij springt terug
wij springen terug
» meer vervoegingen van terugspringen

to balk, to jib, to kick, to be recalcitrant {ww.}
achteruit slaan
weerspannig zijn

I kick

to kick {ww.}
schoppen

I kick
you kick
we kick

ik schop
jij schopt
wij schoppen
» meer vervoegingen van schoppen

to kick, to kick back, to recoil {ww.}
terugschoppen
terugtrappen

I kick
you kick
we kick

ik schop terug
jij schopt terug
wij schoppen terug
» meer vervoegingen van terugschoppen

to kick, to kick back, to recoil {ww.}
terugschieten

I kick
you kick
we kick

ik schiet terug
jij schiet terug
wij schieten terug
» meer vervoegingen van terugschieten

to complain, to kick, to kvetch, to plain, to quetch, to sound off {ww.}
urmen
klagen

I kick
you kick
we kick

ik urm
jij urmt
wij urmen
» meer vervoegingen van urmen

to give up, to kick {ww.}
doortrappen

I kick
you kick
we kick

ik trap door
jij trapt door
wij trappen door
» meer vervoegingen van doortrappen

bang, boot, charge, flush, kick, rush, thrill {zn.}
eindsprint [m] (de ~)
eindschot
eindspurt
beef, bitch, gripe, kick, squawk {zn.}
neetoor
knorrepot [m] (de ~)
brombeer [m] (de ~)
mopperaar
iezegrim
mopperkont
kankeraar [m] (de ~)
brompot [m] (de ~)
boot, kick, kicking {zn.}
stamp [m] (de ~)
boot, kick, kicking {zn.}
schop [m] (de ~)
trap [m] (de ~)
bang, boot, charge, flush, kick, rush, thrill {zn.}
blos [m] (de ~)
boot, kick, kicking {zn.}
beenslag

Gerelateerd aan kick

kick back - recoil - balk - jib - be recalcitrant - complain - kvetch - plain - quetch - sound off - give up - bang - boot - charge - flushkick - process - trample - hit - bound - return - displace - discharge - evince - break - dash - close - individual - seal - touch - complexion - play