Vertaling van give up

Inhoud:

Engels
Nederlands
to give up, to renounce, to resign, to forgo {ww.}
afstand doen van
opgeven
uitvallen
to give, to accord, to administer, to grant, to impart, to provide, to confer, to allow, to yield, to spare, to afford {ww.}
geven 
aangeven 
opbrengen
toebrengen
toekennen
verlenen

I give
you give
we give

ik geef
jij geeft
wij geven
» meer vervoegingen van geven

to abolish, to abandon, to give up {ww.}
afschaffen 
supprimeren
to donate, to give, to grant, to present {ww.}
cadeau geven
schenken 

I give
you give
we give

ik schenk
jij schenkt
wij schenken
» meer vervoegingen van schenken

to give up, to surrender {ww.}
overgeven
capituleren
to give up, to renounce, to resign, to vacate {ww.}
vaarwelzeggen
to give up, to kick {ww.}
doortrappen
to give, to have, to hold, to make, to throw {ww.}
voeren
houden

I give
you give
we give

ik voer
jij voert
wij voeren
» meer vervoegingen van voeren

to give, to hand, to pass, to pass on, to reach, to turn over {ww.}
aanreiken
aangeven
toesteken

I give
you give
we give

ik reik aan
jij reikt aan
wij reiken aan
» meer vervoegingen van aanreiken

to give, to sacrifice {ww.}
opofferen
offeren

I give
you give
we give

ik offer op
jij offert op
wij offeren op
» meer vervoegingen van opofferen

to give {ww.}
opgeven

I give
you give
we give

ik geef op
jij geeft op
wij geven op
» meer vervoegingen van opgeven

to give, to hand, to pass, to pass on, to reach, to turn over {ww.}
opbrengen
afdragen

I give
you give
we give

ik breng op
jij brengt op
wij brengen op
» meer vervoegingen van opbrengen

to give, to hand, to pass, to pass on, to reach, to turn over {ww.}
overleveren

I give
you give
we give

ik lever over
jij levert over
wij leveren over
» meer vervoegingen van overleveren

to give {ww.}
geven

I give
you give
we give

ik geef
jij geeft
wij geven
» meer vervoegingen van geven

to give, to hand, to pass, to pass on, to reach, to turn over {ww.}
doorgeven

I give
you give
we give

ik geef door
jij geeft door
wij geven door
» meer vervoegingen van doorgeven

to abandon, to give up {ww.}
vaarwelzeggen
hangen
afzien
to abandon, to give up {ww.}
opgeven
abandonneren
prijsgeven
loslaten
verlaten
I don't want to give up.
Ik wil niet opgeven.
to forego, to forfeit, to forgo, to give up, to throw overboard, to waive {ww.}
verbeuren
verspelen
to abandon, to give up {ww.}
renonceren
afstaan
to forego, to forfeit, to forgo, to give up, to throw overboard, to waive {ww.}
inboeten
to cease, to discontinue, to give up, to lay off, to quit, to stop {ww.}
opheffen
opdoeken
to chuck up the sponge, to drop by the wayside, to drop out, to fall by the wayside, to give up, to quit, to throw in, to throw in the towel {ww.}
uitval [m] (de ~)
to forego, to forfeit, to forgo, to give up, to throw overboard, to waive {ww.}
vergokken
to free, to give up, to release, to relinquish, to resign {ww.}
laten
to chuck up the sponge, to drop by the wayside, to drop out, to fall by the wayside, to give up, to quit, to throw in, to throw in the towel {ww.}
uitvallen
to commit, to consecrate, to dedicate, to devote, to give {ww.}
geven
inzetten

I give
you give
we give

ik geef
jij geeft
wij geven
» meer vervoegingen van geven

to chip in, to contribute, to give, to kick in {ww.}
geven
opleveren

I give
you give
we give

ik geef
jij geeft
wij geven
» meer vervoegingen van geven

to feed, to give {ww.}
voeren
voederen

I give
you give
we give

ik voer
jij voert
wij voeren
» meer vervoegingen van voeren

to ease up, to give, to give way, to move over, to yield {ww.}
inschikken
opschikken
verschikken
opschuiven

I give
you give
we give

ik schik in
jij schikt in
wij schikken in
» meer vervoegingen van inschikken

to break, to cave in, to collapse, to fall in, to founder, to give, to give way {ww.}
meegeven

I give
you give
we give

ik geef mee
jij geeft mee
wij geven mee
» meer vervoegingen van meegeven

to chip in, to contribute, to give, to kick in {ww.}
inbrengen

I give
you give
we give

ik breng in
jij brengt in
wij brengen in
» meer vervoegingen van inbrengen

to gift, to give, to present {ww.}
gunnen

I give
you give
we give

ik gun
jij gunt
wij gunnen
» meer vervoegingen van gunnen

to break, to cave in, to collapse, to fall in, to founder, to give, to give way {ww.}
afkalven

they give
he/she/it will give
they will give

zij kalven af
hij/zij/het zal afkalven
zij zult afkalven
» meer vervoegingen van afkalven

to gift, to give, to present {ww.}
geven
schenken

I give
you give
we give

ik geef
jij geeft
wij geven
» meer vervoegingen van geven

to generate, to give, to render, to return, to yield {ww.}
geven

I give
you give
we give

ik geef
jij geeft
wij geven
» meer vervoegingen van geven

to chip in, to contribute, to give, to kick in {ww.}
contribueren
bijdragen

I give
you give
we give

ik contribueer
jij contribueert
wij contribueren
» meer vervoegingen van contribueren

to chip in, to contribute, to give, to kick in {ww.}
meehelpen

I give
you give
we give

ik help mee
jij helpt mee
wij helpen mee
» meer vervoegingen van meehelpen

to commit, to consecrate, to dedicate, to devote, to give {ww.}
toevertrouwen
aanbevelen
bevelen

I give
you give
we give

ik vertrouw toe
jij vertrouwt toe
wij vertrouwen toe
» meer vervoegingen van toevertrouwen

to commit, to consecrate, to dedicate, to devote, to give {ww.}
bekleden

I give
you give
we give

ik bekleed
jij bekleedt
wij bekleden
» meer vervoegingen van bekleden

to break, to cave in, to collapse, to fall in, to founder, to give, to give way {ww.}
vergaan
verteren

I give
you give
we give

ik verga
jij vergaat
wij vergaan
» meer vervoegingen van vergaan

to commit, to consecrate, to dedicate, to devote, to give {ww.}
wijden

I give
you give
we give

ik wijd
jij wijdt
wij wijden
» meer vervoegingen van wijden

to feed, to give {ww.}
voeden
spijzen
spijzigen

I give
you give
we give

ik voed
jij voedt
wij voeden
» meer vervoegingen van voeden

to ease up, to give, to give way, to move over, to yield {ww.}
doorschuiven

I give
you give
we give

ik schuif door
jij schuift door
wij schuiven door
» meer vervoegingen van doorschuiven


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I never give up.

Ik geef nooit op.

You'd better give up smoking.

Je zou beter stoppen met roken.

You have lost, give up!

Je hebt verloren, geef het op!

I would sooner die than give up.

Ik ga nog liever dood, dan dat ik opgeef.

I don't want to give up.

Ik wil niet opgeven.

I advise you to give up drinking.

Ik raad u aan te stoppen met drinken.

He is too proud to give up.

Hij is te trots om op te geven.

I may give up soon and just nap instead.

Het kan dat ik zo meteen opgeef en in plaats hiervan een dutje ga doen.

You don't give up too easily, do you?

Je geeft het niet zo gemakkelijk op, nietwaar?

The doctor told me to give up smoking.

De dokter heeft mij gezegd dat ik moest stoppen met roken.

By the time that he tried 966, Dima was beginning to give up hope.

Tegen de tijd dat hij 966 probeerde, begon Dima de hoop op te geven.

I give up. What do an Irish priest and Congolese witch doctor have in common?

Ik geef het op. Wat hebben een Ierse priester en een Congoleese medicijnman gemeen?

Maybe I'll just give up soon and take a nap instead.

Het kan dat ik zo meteen opgeef en in plaats hiervan een dutje ga doen.


Gerelateerd aan give up

renounce - resign - forgo - give - accord - administer - grant - impart - provide - confer - allow - yield - spare - afford - abolishcease - abandon - greet - break - kick - give - announce - pay - cater - end - lose - decline - change - allow - exert - furnish - feed - force - displace - chip in - gift - crumble - facilitate - pass on - instal - commit - disintegrate - work - shove