Vertaling van result

Inhoud:

Engels
Nederlands
to result, to amount {ww.}
resulteren
uitkomen 
volgen
voortkomen
voortspruiten
voortvloeien

I result
you result
we result

ik kom uit
jij komt uit
wij komen uit
» meer vervoegingen van uitkomen

result, effect, outcome {zn.}
afloop  [m]
gevolg 
resultaat 
uitkomst
uitvloeisel
voortvloeisel
to come, to derive, to originate, to result, to accrue, to stem, to spring {ww.}
voortkomen
het gevolg zijn van
ontspruiten
afstammen 

I result
you result
we result

ik kom voort
jij komt voort
wij komen voort
» meer vervoegingen van voortkomen

to lead, to leave, to result {ww.}
achterlaten
nalaten

I result
you result
we result

ik laat achter
jij laat achter
wij laten achter
» meer vervoegingen van achterlaten

Would you like to leave a message?
Wilt u een boodschap achterlaten?
If we leave him, he'll bleed to death.
Als we hem achterlaten zal hij doodbloeden.
to ensue, to result {ww.}
leiden
bekomen
resulteren
uitvallen
uitmonden
vallen
uitpakken
uitlopen
uitdraaien

I result
you result
we result

ik leid
jij leidt
wij leiden
» meer vervoegingen van leiden

to ensue, to result {ww.}
uitdraaien

I result
you result
we result

ik draai uit
jij draait uit
wij draaien uit
» meer vervoegingen van uitdraaien

final result, outcome, result, resultant, termination {zn.}
rapportcijfer [o] (het ~)
consequence, effect, event, issue, outcome, result, upshot {zn.}
resultante
consequence, effect, event, issue, outcome, result, upshot {zn.}
gevolg [o] (het ~)
voortvloeisel
uitvloeisel [o] (het ~)
Your cough is the consequence of smoking.
Jouw hoest is het gevolg van roken.
I was late for the meeting with the result that I missed the most important part.
Ik was te laat op de vergadering met als gevolg dat ik het belangrijkste deel gemist heb.
consequence, effect, event, issue, outcome, result, upshot {zn.}
uitkomst [v] (de ~)
I am satisfied with the result of my math test.
Ik ben tevreden met de uitkomst van mijn wiskundetoets.
final result, outcome, result, resultant, termination {zn.}
rendement
final result, outcome, result, resultant, termination {zn.}
uitslag [m] (de ~)

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

This result leaves much to be desired.

Dit resultaat laat veel te wensen over.

I am satisfied with the result of my math test.

Ik ben tevreden met de uitkomst van mijn wiskundetoets.

I was late for the meeting with the result that I missed the most important part.

Ik was te laat op de vergadering met als gevolg dat ik het belangrijkste deel gemist heb.

A study reports that 53,000 Americans die each year as a result of secondhand smoke.

Volgens een studie sterven elk jaar 53.000 Amerikanen aan de gevolgen van passief roken.

Her father became an invalid as a result of a heart attack.

Haar vader werd invalide ten gevolge van een hartaanval.


Gerelateerd aan result

amount - effect - outcome - come - derive - originate - accrue - stem - spring - lead - leave - ensue - final result - resultant - terminationleave behind - change - turn - remove - grade - number - earnings