Betekenis van:
command

command
Zelfstandig naamwoord
  • leiding
  • a position of highest authority
"the corporation has just undergone a change in command"

Hyperoniemen

command
Zelfstandig naamwoord
  • opdracht herkenbaar door computerprogramma
  • (computer science) a line of code written as part of a computer program

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

command
Zelfstandig naamwoord
    • availability for use
    "the materials at the command of the potters grew"

    Hyperoniemen

    command
    Zelfstandig naamwoord
      • the power or authority to command
      "an admiral in command"

      Hyperoniemen

      command
      Zelfstandig naamwoord
        • great skillfulness and knowledge of some subject or activity
        "a good command of French"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        command
        Zelfstandig naamwoord
          • a military unit or region under the control of a single officer

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          command
          Zelfstandig naamwoord
            • an authoritative direction or instruction to do something

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            to command
            Werkwoord
            • commanderen; opdragen; gelasten; bevelen; laten nakomen; bevel geven; opdragen
            • make someone do something

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            to command
            Werkwoord
            • berekend zijn voor (een taak)
            • make someone do something

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            to command
            Werkwoord
            • dwingend oproepen
            • make someone do something

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            to command
            Werkwoord
            • leiding geven; leiden; leiden
            • exercise authoritative control or power over

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            to command
            Werkwoord
            • commanderen
            • be in command of
            "The general commanded a huge army"

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            to command
            Werkwoord
              • demand as one's due
              "This speaker commands a high fee"
              "The author commands a fair hearing from his readers"

              Hyperoniemen

              to command
              Werkwoord
              • neerkijken, neerzien
              • look down on

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              Hyponiemen