Betekenis van:
faith

faith
Zelfstandig naamwoord
  • vertrouwen op God
  • a strong belief in a supernatural power or powers that control human destiny
"he lost his faith but not his morality"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

faith
Zelfstandig naamwoord
  • geheel van de leerstellingen en plechtigheden van een volk of kerkgenootschap
  • a strong belief in a supernatural power or powers that control human destiny
"he lost his faith but not his morality"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

faith
Zelfstandig naamwoord
  • vast en onwankelbaar vertrouwen op God en Gods woord
  • a strong belief in a supernatural power or powers that control human destiny
"he lost his faith but not his morality"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

faith
Zelfstandig naamwoord
  • geloof in betrouwbaarheid
  • complete confidence in a person or plan etc
"he cherished the faith of a good woman"

Synoniemen

Hyperoniemen

faith
Zelfstandig naamwoord
    • loyalty or allegiance to a cause or a person
    "keep the faith"
    "they broke faith with their investors"

    Hyperoniemen

    faith
    Zelfstandig naamwoord
      • an institution to express belief in a divine power
      "a member of his own faith contradicted him"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      faith
      Zelfstandig naamwoord
      • ideologie die gericht is op gemeenschappelijk bezit van productiemiddelen en verbruiksgoederen

      Synoniemen