Betekenis van:
sink

sink
Zelfstandig naamwoord
  • bak waarin men zich wast; bak waarin men zich wast
  • plumbing fixture consisting of a water basin fixed to a wall or floor and having a drainpipe

Hyperoniemen

Hyponiemen

sink
Zelfstandig naamwoord
  • bak om vaatwerk in te spoelen
  • plumbing fixture consisting of a water basin fixed to a wall or floor and having a drainpipe

Hyperoniemen

Hyponiemen

sink
Zelfstandig naamwoord
  • verzamel- of bezinkput in een riool
  • a covered cistern; waste water and sewage flow into it

Synoniemen

Hyperoniemen

sink
Zelfstandig naamwoord
  • put voor ontlasting
  • a covered cistern; waste water and sewage flow into it

Synoniemen

Hyperoniemen

sink
Zelfstandig naamwoord
    • (technology) a process that acts to absorb or remove energy or a substance from a system
    "the ocean is a sink for carbon dioxide"

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    sink
    Zelfstandig naamwoord
      • a depression in the ground communicating with a subterranean passage (especially in limestone) and formed by solution or by collapse of a cavern roof

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      sink
      Zelfstandig naamwoord
      • zinkput, zakput
      • a covered cistern; waste water and sewage flow into it

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      sink
      Zelfstandig naamwoord
      • beerput
      • a covered cistern; waste water and sewage flow into it

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to sink
      Werkwoord
      • kruiselings plaatsen
      • fall or sink heavily

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to sink
      Werkwoord
      • zinkend verdwijnen; wegzakken
      • descend into or as if into some soft substance or place

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to sink
      Werkwoord
      • vlug en stil afdalen
      • fall or sink heavily

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to sink
      Werkwoord
      • zakkend verdwijnen
      • descend into or as if into some soft substance or place

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to sink
      Werkwoord
      • langzaam naar beneden schuiven
      • go under,

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to sink
      Werkwoord
      • in een bepaalde gemoedsgesteldheid raken
      • embed deeply

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to sink
      Werkwoord
      • struikelen en vallen
      • fall or descend to a lower place or level

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to sink
      Werkwoord
      • op de grond vallen
      • fall or descend to a lower place or level

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to sink
      Werkwoord
      • naar de bodem zakken; doen zinken
      • go under,

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to sink
      Werkwoord
      • licht temperen
      • appear to move downward

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to sink
      Werkwoord
      • het meest met de mens verwante vierhandige zoogdier uit de orde der primaten
      to sink
      Werkwoord
        • cause to sink

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to sink
        Werkwoord
        • verzakken, schranken, uitzakken
        • fall or sink heavily

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to sink
        Werkwoord
          • pass into a specified state or condition

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          to sink
          Werkwoord
          • inlaten
          • fall or descend to a lower place or level

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to sink
          Werkwoord
          • inzakken, afbrokkelen, zakken
          • fall heavily or suddenly; decline markedly

          Synoniemen

          Hyperoniemen